woensdag 23 februari 2011

Ouders zijn de oudste en dus ook de wijste, daar moet je toch op kunnen vertrouwen?

‘Ik doe niet gek, mijn hersenen worden alleen maar verbouwd’

De puberteit is een periode bij uitstek waarin kinderen zich ontwikkelen. Werden vroeger vooral de hormonen als reden van ‘pubergedrag’ gezien, tegenwoordig weten we dat de ontwikkeling van de hersenen hier een veel grotere invloed op heeft. Uitgebreid hersenonderzoek heeft aangetoond dat de adolescentie rond het 10dejaar van een kind wordt ingezet en na het 20stelevensjaar is afgerond. In de tussenliggende periode worden er door de hersencellen nieuwe verbindingen gelegd en ontwikkelen de hersenen zich. Opvallend in deze ontwikkeling is dat niet alle gebieden gelijk opgaan in dit proces; die willen nog wel eens uit de pas lopen en volwassenen tot waanzin drijven!

Zo vallen pubers terug op de amygdala; een ‘amandel’ van tweeënhalve centimeter lang, onderdeel van ons onbewuste brein. Reacties als vechten, vluchten, emoties en gevoelig zijn voor korte termijn effecten zoals beloning direct na inzet of inspanning worden hier aangestuurd. Het hersengebied dat actief is bij het nemen van verstandige, overdachte beslissingen, de frontaalkwab, rijpt later. Deze frontaalkwab, die zich, zoals de naam doet vermoeden, ook daadwerkelijk aan de voorkant van de hersenen bevindt, zal in een later stadium bijvoorbeeld zorgdragen voor de impulscontrole en het overzien van consequenties.

Hersenonderzoek heeft natuurlijk nog veel meer informatie gegeven over de ontwikkeling van adolescenten, maar in deze context willen wij het even bij deze informatie laten.

Emo-bommetjes
Pubers reageren vanuit hun emotie; rekening houden met gevoelens van de ontvanger of eventuele consequenties op een later moment is er niet bij.

Uitbarstingen met ‘ik haat je!’, ‘dan ga ik wel bij pappa/mamma wonen’, zal menig gescheiden ouder niet onbekend voorkomen. Twee tellen later kan dezelfde puber in tranen vertellen dat het slecht op school gaat, dat het ruzie met een vriendje heeft, dat ‘die drie voor engels’ echt het einde betekent van de mogelijkheid om over te gaan.

Op dezelfde emotionele wijze vatten pubers ónze woorden op: op een welgemeend ‘wat staat die broek je goed’, kan een puber uitvallen met de woorden ‘zie je wel, je vind dat mijn shirt stom staat! Jij bent ook nooit eerlijk als het om mijn kleren gaat!’

Ook goed bedoelde opmerkingen kunnen verkeerd aankomen.
Zonder enige relativering worden opmerkingen, door ons als opvoeders zelfs goed bedoeld, totaal verkeerd opgepakt. Ook een opmerking over de andere ouder – zelfs als die niet kwaad bedoeld is – kan totaal verkeerd uitpakken. De emotionele disbalans heeft ook invloed op de verwerking van een scheiding. Zelfs als die scheiding al jaren achter jullie ligt!

Te voorkomen is het onbegrip niet, er rekening mee houden kan wel. Aandacht, gevoelens serieus nemen, is het enige wat je de mogelijkheid biedt om een vinger aan de pols te houden. Voor jezelf is het van belang om niet elke uitbarsting op je zelf betrekken.


Veiligheid versus grenzen verkennen
Veiligheid en stabiliteit is juist voor pubers van ontwikkelingsbelang
Naast al de hectiek die in het brein plaatsvindt, kampen pubers met meer veranderingen: hormonen komen op gang en voeden regelmatig de disbalans tussen emoties en realiteit.
Aan ouders de grote verantwoordelijkheid om juist in deze periode veiligheid en stabiliteit te bieden.
Aan de ene kant zijn pubers continu op zoek naar de grenzen van het toelaatbare, aan de andere kant is het stellen van grenzen die vertrouwen en stabiliteit geven één van de meest belangrijke zaken. Een stabiele (thuis-)basis met de saaie maar broodnodige voorspelbaarheid is hierbij van groot belang. Het leven van de pubers staat al meer dan genoeg op z’n kop!

En daar zit ‘m ook meteen de crux! Overleg, met elkaar afspraken maken over grenzen en regels, één lijn trekken op de momenten dat dit noodzakelijk is, zijn juist tussen gescheiden opvoedpartners heikele kwesties. Oud zeer, verwijten, gevoelens van wrok en competitie liggen op dit soort momenten op de loer. De redenen die ooit tot een scheiding hebben geleid, komen om de hoek kijken als je het met elkaar over ‘opvoeden’ hebt.

Met een enkel gesprekje red je het niet
Mag jullie dochter van 14 om half 2 ’s nachts thuiskomen, of vinden jullie 12 uur een prima tijd? En welke discotijden gelden voor jullie zoon? Ga je hem halen, na een avondje uit? Of fietst hij samen met klasgenootjes terug naar huis? Waar liggen jouw grenzen?
Waar geef je in, niet voor de lieve vrede maar voor rust, stabiliteit en veiligheid van het kind waar je beiden van houdt?
Waar sta je zelf, als het gaat om je waarden en normen en waar ontmoet je de waarden van de andere ouder van je kind(eren)?
Dit zijn lastige vragen, die niet zomaar één, twee, drie te beantwoorden zijn. Met een enkel gesprekje red je het niet. Zeker als er op een gegeven moment ook partners van beide echtelieden in het spel betrokken zijn, met weer eigen ideeën, wensen en eisen. Deze gesprekken aangaan met ondersteuning van een mediator of coach kan hier ondersteunend in zijn. Het verplichtte ouderschapsplan door de jaren heen regelmatig – eventueel samen met professionals - tegen het licht houden is natuurlijk altijd wenselijk.

Opvoeden van kinderen is geen statisch gegeven, plannen kunnen, en soms moeten ze zelfs aangepast worden. De puberteit, het starten in de brugklas van het oudste kind kan hier een van de mijlpalen voor zijn.

Pubers zoeken naar grenzen
Ouders zijn de wijste, daar moet je als kind op kunnen vertrouwen
Centraal moet staan dat pubers, met ouders die twee huishoudens bestieren, met verschillende levenssferen, verschillende huisregels en verschillende afspraken, zich ondanks (of juist dankzij) alles veilig weten. Een pasklaar advies of antwoord is er niet; elk gezin, elk ouderpaar, elke puber is anders. Dit geeft ons als ouders echter niet de vrijheid om hierin een afwachtende houding aan te nemen of onze eigen emoties en gevoelens leidend te laten zijn.

Zoals een jongen van 17 jaar met gescheiden ouders akelig scherp verwoordde: ‘ouders zijn de oudste, die moeten dus ook de wijste zijn. Ik moet toch op ze kunnen vertrouwen?’

dinsdag 22 februari 2011

Wie durft?

Mocht je denken dat alleen alcohol slecht is voor het brein van je puber, dan moet ik je helaas teleurstellen: na alle waarschuwingen dat hersenen óók zonder dronkenschap kapot gaan van alcohol, is sinds deze week de volgende waarschuwing hier aan toegevoegd: ook van nicotine, genuttigd voor de zestiende verjaardag, gaan hersencellen met een enkele reis de oneindigheid in.

Een beetje slimme ouder weet dat alcohol en nicotine vaak samengaan, dus tel uit je winst; je kind werkt er, in sneltreinvaart, al die breinmassa in zijn of haar bovenkamer doorheen. En als het een beetje tegenzit nog vóór het eindexamen.
De wetenschap laat ons de laatste jaren luid en duidelijk weten dat onze kinderen naar de verdommenis dreigen te gaan als we niet ingrijpen rondom het gebruik van genotmiddelen. Maar wanneer gaan we luisteren?

Waar begint de trend dat we gezamenlijk kinderen onder de 16 écht geen druppel alcohol laten drinken? Wie staat op om te zorgen dat de sigaretten niet of in ieder geval lastig te kopen zijn voor kinderen van min zestien? Domweg omdat het ongezond én onverstandig is? Geen voorlichtingscampagne kan op tegen ouders die de handen in één slaan en ook op dit thema hun verantwoordelijkheid nemen.

Wie durft?

woensdag 26 januari 2011

En dat is negen …

Fietsen wel te verstaan.
In 4 jaar is dit zo ongeveer het aantal fietsen die er door puber 2 ‘doorheen geragd zijn’. Waar: op school gaan klasgenoten en medeleerlingen natúúrlijk heel ruw met je fiets om.
En jij kunt er niets aan doen.
Die stoepranden zijn er voor gemaakt om met een stoer gebaar óp te rijden in plaats van er langs. Inmiddels hebben we leergeld betaald; de laatste 5 fietsen waren van een zodanige prijs dat we geen meer bult vallen bij de mededeling van de fietsenmaker dat de ter reparatie aangeboden fiets (dat dan weer wel) rijp is voor de sloop.

Puber 2 denkt hier héél anders over en is elke keer weer oprecht teleurgesteld dat zijn fiets, die best wel prima fietste, niet meer mee naar huis gaat. Nu wordt er hoopvol nagedacht over de volgende aanschaf. Toch weer een opoefiets, of een BMX of, nog beter: een racefiets!

Ik ben er eerlijk gezegd een beetje klaar mee en heb ‘m de benenwagen aangeraden: goed voor z’n conditie en goedkoop in onderhoud.

donderdag 20 januari 2011

Give me the the money!

Wie is er verantwoordelijk voor de financiële opvoeding van kinderen? Een beetje ouder zal meteen roepen: ik! Daarom geven veel ouders hun kinderen al op jonge leeftijd zakgeld; jong geleerd is oud gedaan.

Dat laatste blijkt niet helemaal te kloppen: de cijfers over schulden van jongeren liegen er – helaas – niet om: twee op de drie werkende jongeren heeft een schuld van gemiddeld € 1750,--

Het Nibud heeft in 2009 een onderzoek gedaan onder scholieren. Je ziet dan een duidelijke lijn: geld lenen vinden de meeste scholieren geen probleem, sterker nog: 63% vindt lenen helemaal niet erg. Opmerkelijk is dat het hébben van schulden door dezelfde scholieren wél als negatief wordt ervaren. Dat geld lenen je direct een schuld oplevert lijkt nog niet te zijn doorgedrongen.

In dit zelfde onderzoek vertelt 85% van de pubers dat ze extra geld van hun ouders krijgen als ze daar om vragen.

En daar komt dan toch die financiële opvoeding om de hoek kijken: ergens zullen onze pubers het toch moeten leren, dat meer geld uitgeven dan je hebt ook direct een schuld oplevert.

Dit onderzoek lezen? gaan dan naar:http://www.mammaweetalles.nl/pubers-en-puberteit/AKTUEEL.html

donderdag 13 januari 2011

Kapot.

Toch wat beteuterd staat Puber2 met de douchekop in zijn handen. Hij dacht m even op de juiste hoogte te plaatsen en toen was het al gebeurd: afgebroken.

Het lijkt er af en toe op of hij een spoor van vernielingen achter zich laat, in zijn rondgang door het huis. Afwassen? We weten bij voorbaat al dat dit minimaal een gebroken bord op gaat leveren. Of een kopje wat vanaf dat moment oorloos door het leven zal gaan.

Was ophangen? De knijper zal zeker het loodje leggen en zijn laatste uren in een vuilnisbak doorbrengen in plaats van trots rechtop aan de waslijn.

Stofzuigen, tuin opruimen, tv verplaatsen, bank opzij zetten …

Het ligt allemaal aan dat verdraaide testosteron; meer kracht dan gevoel, geen overzicht of enig benul van effect. Kortom: puberteit!

woensdag 5 januari 2011

testbatterij voor kinderen

Het is weer bijna zo ver: De Citotoets! In de eerste week van februari zullen duizenden kinderen in groep 8 met het klamme zweet in hun handen achter hun tafeltje zitten. De eerst zo vertrouwde klas blijkt deze drie dagen een heuse testbatterij te zijn.

Natuurlijk is het niet de eerste keer dat ze een test maken; in groep 7 hebben ze al een entreetoets achter de rug, en door de hele schoolcarriere heen zijn er momenten geweest waarop kennis en inzicht met één of ander testje is gemeten. Maar toch … nu die eindtoets. Klinkt natuurlijk ook erg definitief: EINDTOETS. Alsof dit moment, en dan ook alleen dit moment bepalend is voor de rest van je leven.

Nee, ik wil absoluut geen pleiter van de ‘leer-maar-raak-want-je-komt-er-toch-wel-methodiek’ zijn. En natuurlijk is het belangrijk dat uw kind alle kansen krijgt die voor haar of hem mogelijk zijn. En ja, ik ben wél een voorstander om kinderen, die enorm opzien tegen deze eindtoets, te ondersteunen met een cito-training.

Maar, ik ben er vooral van overtuigd dat onze kinderen moeten weten dat ze goed zijn zoals ze zijn. Dat VMBO, Mavo, Havo of VWO niets zegt over wie je als méns bent. En dat zullen wij ze moeten leren!

woensdag 29 december 2010

Lesje rotjesknallen

Vuurwerk verbieden? Wat levert het je op? Een puber die geschrokken zijn net aangestoken rotje in z'n broekzak propt als hij je onverhoeds tegenkomt? Doe mij dan maar een lesje 'zo steek ik een rotje af'. En als angstige moeder zit ik dan graag eerste rij.


Persoonlijk heb ik niets met al dat geknal. Ik heb wél wat met de blije gezichten van puber 1 en puber 2 als de jaarlijkse knal- & feest-bijbel door de brievenbus glijdt! Wat een lol! 'Zal ik die, of die, of dat pakket, dan krijg je meer …' Verbieden heeft geen zin, dat was me al heel snel duidelijk.

Niet dat verbieden ooit in mijn hoofd is opgekomen; met een vader die met het in handen krijgen van een stapel rotjes meteen een jongensachtige twinkeling in zijn ogen kreeg, weet je wel beter.

Verbieden zou voor mij direct verband houden met het onderdrukken van mijn eigen, onterechte, angst. Een vuurwerk-verbod zou dan niet alleen een oneerlijke, maar meteen ook een verloren strijd zijn: die wordt tóch gewonnen door de spanning en sensatie die rotjes en romeinse pijlen bieden.

Mij heeft een uurtje 'zo laten we onze rotjes knallen' veel rust gegeven: met eindeloos geduld hebben beide heren - op verzoek - laten zien hoe je een rotje het beste kunt laten afgaan. Ik hoop nu op enig gezond verstand op het moment dat het er écht om spant!

dinsdag 21 december 2010

kerst

In huis wonen met 3 mannen geeft zo haar beperkingen. Zeker als je er – heel principieel – voor kiest om ‘maar’ 1 televisie in huis te hebben. En zonder sneu of zielig te willen klinken: als enige vrouw in het gezelschap wil ik het nog wel eens afleggen tegen al die spanning, sensatie, humor en geweld.

Maar met kerst is alles anders. Onder invloed van de zoete kerstjingles blijken zelfs mijn mannen CSI, een boksgala, Twoandahalfman – om maar wat programma’s te noemen - een beetje te vergeten.

Sinds kort weet ik dat ik niet de enige ben met een enorme hang naar nostalgie. Sterker nog: ik heb ontdekt dat ik voor de diverse zenders een doelgroep ben! Ook ik hang – van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ademloos voor de buis en huil tranen met tuiten om Sissi die haar dochter na maanden van ziekte ten overstaan van de hele Italiaanse massa in de armen sluit.

En dan ga ik, met het ‘Viva la mamma!’ nog naklinkend, rustig slapen. Ik kan er weer tegen, een jaar lang weggestuurd worden bij de buis!

woensdag 8 december 2010

Mag het ook een hervorminkje minder zijn?

Het onderwijs gaat weer op de schop. Mocht u de informatie zijn misgelopen: het huidige kabinet heeft besloten dat het ánders moet. Beter ook.

Maar ja, wat is ánders? En wat is beter? En hoe kun je ‘beter’ vaststellen als een school amper aan nieuwe regelgeving heeft kunnen wennen en dan al weer in een nieuwe ‘hervorming’ duikelt?

Wat de minister van onderwijs hierover zegt? Dát is heel vooruitstrevend! Zij stelt dat er op scholen geleerd moet worden! Dat is nog eens een hervorming van het onderwijs! En meteen een sneer naar al die docenten die onze pubers dag in dag uit bezig houden!

Scholen mogen geen veredelde Postubs 51-loketten worden. Eén voordeel hebben al die scholen dan al: zij geven geen foldertjes uit, maar geven les! Niet alleen in wiskunde, taal en geschiedenis. Scholen geven niet alleen les in de ‘harde’ leervakken maar ook in het omgaan met elkaar, in het omgaan met verschillen. In gezond leven, in het iets voor elkaar over hebben. Dag in dag uit. Week in week uit. Jáár in, jáár uit. Mag dat nu ook eens zonder hervormingen?

zondag 7 november 2010

gekissebis over financiele onafhankelijkheid

Het gekissebis over financiële onafhankelijkheid van vrouwen getuigt van weinig inzicht.

Het is weer zover; er komt een boek uit over de noodzaak van financiële onafhankelijkheid van vrouwen en de voor- en tegenstanders bestoken elkaar vanuit de eigen stellingen. Aanleiding deze keer is het boek van Ellen Drayer 'verwende prinsesjes'. Rode draad: iedere vrouw moet financieel onafhankelijk zijn.

Op mijn beurt durf ik te stellen dat geen enkele vrouw (noch de fulltime werkende, noch de parttime werkende of de zogenaamde thuisblijfmoeder)gebaat is bij een gevecht waar (voornamelijk) vrouwen elkaar met eigen meningen om de oren slaan.
We zijn veel meer gebaat bij een open discussie die gaat over de wijze waarop vrouwen hun talenten kunnen ontwikkelen. Nog effectiever zou het zijn als voor- en tegenstanders de handen inéén slaan en we onze dochters actief opvoeden tot zelfstandige individuen die in staat zijn hun eigen keuzes te maken.

Want vrouwen (én mannen) die keuzes maken vanuit het willen ontwikkelen van talenten en mogelijkheden, maken keuzes vanuit het principe ‘verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven’.
Dat is de eerste stap naar financiële onafhankelijkheid. Tijd en energie in deze discussie steken is duurzamer dan het gevecht in de krabbenmand aan te gaan waarbij iedere krab die de rand van de mand lijkt te bereiken, door de rest naar beneden getrokken wordt.

woensdag 27 oktober 2010

Hoe leren wij onze pubers ‘mobiele hygiene’?

Stel je eens voor. Jouw 17 jarige dochter zit in de trein. Het is een volle bak; de forensen keren allemaal huiswaarts. Je dochter heeft liefdesverdriet. Haar verkering is na 1 jaar, een week en ook nog een dag op een akelige manier geknald. En het is zijn schuld.

Alle treinreizigers weten dit inmiddels ook; een mobiel telefoongesprek geeft alle geïnteresseerden een kijkje in deze periode van 1 jaar, een week en een dag. Geen onderwerp uit deze verkeringstijd wordt geschuwd. Sommige medereizigers gniffelen met elkaar: thema: seks. Mensen kijken elkaar vragend aan: thema zoenen-met-een-ander-meisje. Het wordt langzaam maar zeker onrustig in de coupe.

Een klein rekensommetje leert ons dat 176 mensen dit gesprek hebben gehoord. Laten we er voor het gemak van uitgaan dat tweederde thuis met nog drie andere personen verder praat over dit liefdesdebacle . Dan zijn 352 mensen op de hoogte, naast de gesprekspartner aan de andere kant van de lijn.

Eén van de reizigers moet dit rekensommetje ook hebben gemaakt toen hij langs de rijen liep en het meisje attendeerde op haar publiek.

Is de vraag: hoe leren wij onze pubers ‘mobiele hygiene’?

donderdag 21 oktober 2010

Zelfs je beroepskeuze is een kwestie van verleid worden

Op naar de beroepenmarkt. Een slimme uitvinding; vervolgopleidingen, hetzij volledig theoretisch, hetzij beroepgericht, presenteren zich op één avond.

Kiezen is lastig. Zeker als het functioneren van je hersenen helemaal niet gericht is op ook maar iets dat lijkt op ‘lange termijn’. Kort, snel, leuk, kick, nu!
Dat zijn de aanknopingspunten die direct aansluiten bij een gemiddeld puberbrein. Lastig wordt het dan om als voorlichter van de politie je lange termijn inzet te promoten rondom veiligheid in de buurt. Dit wordt, ingefluisterd door eigen ervaring of van horen zeggen, al snel vertaald in fietslichtjes, remmen en het wel of niet bij je hebben van een ID. En laten we eerlijk zijn: zo’n functie klinkt natuurlijk niet echt snel, leuk en over de kick hebben we het dan al helemaal niet meer.

Dan blijkt ook dat voorlichters, die zich hebben verplaatst in de belevingswereld van de groep jongeren die wel of niet zullen gaan kiezen voor een door hen gepresenteerde opleiding, het meeste effect scoren.
Oh, en een beetje lol over datzelfde beroep werkt ook mee.

donderdag 14 oktober 2010

Dat snap je toch wel!

Die hersenpan van ons, die weet wat! De afgelopen jaren heeft de ontwikkeling van het puberbrein in verschillende media veel aandacht gehad; de puberteit begint vroeger dan we aangenomen hebben en de ontwikkeling naar een volwassen brein duurt véél en véél langer dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden!

Dan schijnt er ook nog verschil te zitten in het formaat brein van mannen en vrouwen; grappen over de grotere hersenen voor mannen zijn natuurlijk zo gemaakt; vrouwen zijn niet alleen in staat meer kleding in een koffer te kunnen proppen, het vrouwelijke brein neemt juist minder plaats in én kan meer activiteiten naast elkaar uitvoeren. Over effectiviteit gesproken!

In het net verschenen boek; ‘Liefde’ van Mark Mieras ben ik weer zo’n leuk weetje tegengekomen; testosteron, het hormoon waar juist jongens in de puberperiode een flinke – zeg maar overmatige – hoeveelheid van hebben, heeft direct invloed op het meer of minder goed gezichtsuitdrukkingen kunnen lezen (en interpreteren) bij andere mensen.

‘Ja, als jij denkt dat ik kan ruiken dat je boos bent’, dan vergis je je!’, blijkt een wetenschappelijk onderbouwd verwijt van mijn pubers te zijn.

woensdag 8 september 2010

kleedgeldstress

‘Ik heb niks, helemaal niks om aan te trekken’. Gemompel en wat krachttermen dwarrelen over de overloop. Hier wordt de les ‘ga verstandig met je kleedgeld om’ geleerd. En die les bevalt mijn moederhart helemaal niet. Het ach en wee en ‘vanmiddag kopen we wel even iets leuks’ gaan de strijd aan met een ‘tja, dit zul je moeten leren’.
Hardvochtig vind ik mezelf als een puber ten einde raad halverwege de trap staat en zich afvraagt ‘wat er met dit overhemd gebeurt is’. Het rukken aan de zoom levert niet de gewenste extra centimeters op.
Er is niets met het gewraakte overhemd gebeurt; puber zelf is deze zomer gegroeid!

Een kwartier later loopt een ongelukkige puber de huiskamer binnen: werkelijk álles blijkt minimaal 5 centimeter te zijn gekrompen. Tegen deze groei is zijn kledingbudget niet bestand.

‘Weet je wat het allerergste is’, verzucht puber uiteindelijk. ‘Het allerergste is dat ik mijn pincode vergeten ben. Nieuwe kleren kopen zit er dus even niet in want een nieuwe code aanvragen kost een week’.

Tegen een redelijke puber is mijn moederhart niet bestand; nog voor ik er erg in heb hoor ik mezelf zeggen ‘weet je wat, vanmiddag gaan we samen kijken’.

zondag 22 augustus 2010

Kindertjes die vragen ...

Op de toonbank van de winkel waar ik op mijn beurt wacht, staat een immens grote snoeppot. In ieder geval gezien vanuit kinderogen. Aantrekkelijk is ie ook, die pot, gevuld met vrolijk gekleurd snoepgoed wat uitnodigt om er eens flink in te graaien. Maar dat doet natuurlijk geen kind.

‘Wil je een snoepje?’ Uitnodigend haalt de verkoopster de deksel van de pot. Langzaam gaat de hand van een blond meisje de grote pot in. Ze moet er voor op haar tenen gaan staan.

Onder streng toeziende moederogen wordt er heel secuur één snoepje gepakt. Een roze. Voorzichtig wordt dan dat ene snoepje naar haar mond gebracht. En dan, terwijl ze het kleinood heel tevreden in haar mond steekt – het had ook zo maar kunnen vallen en dan was ze ‘m kwijt geweest – hoor ik haar moeder snerpen ‘en wat zeg je dan???’ Ja, ze zegt niets natuurlijk! Praten met je mond vol – al is die mond gevuld met maar één snoepje - mag ook al niet.

En daar sta je dan, als negenjarige met je goede gedrag. Ze lacht maar een beetje schaapachtig.

‘Mevrouw, mag ik alstublieft nog zo’n snoepje?’. Naast me zie ik de moeder van de vrolijke, open negenjarige door de grond zakken. Eérst niet bedanken voor het snoepje en maar een beetje giechelen als gevraagd wordt om ‘dank u wel te zeggen’ en dan daarna de regel ‘gij zult niet onbescheiden zijn’ met beide voeten treden.

‘Dat doe je niet’, is het boze commentaar van de moeder. ´Maar ik vraag het toch netjes?’, is het weerwoord van de negenjarige. Tevreden huppelt ze even later de winkel uit: mét een tweede (én een derde én een vierde) snoepje.

Meisjes die vragen … die komen er wel!

donderdag 1 juli 2010

Dat snap je toch wel!

Die hersenpan van ons, die weet wat! De afgelopen jaren heeft de ontwikkeling van het puberbrein in verschillende media veel aandacht gehad; de puberteit begint vroeger dan we aangenomen hebben en de ontwikkeling naar een volwassen brein duurt véél en véél langer dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden!

Dan schijnt er ook nog verschil te zitten in het formaat brein van mannen en vrouwen; grappen over de grotere hersenen voor mannen zijn natuurlijk zo gemaakt; vrouwen zijn niet alleen in staat meer kleding in een koffer te kunnen proppen, het vrouwelijke brein neemt juist minder plaats in én kan meer activiteiten naast elkaar uitvoeren. Over effectiviteit gesproken!

In het net verschenen boek; ‘Liefde’ van Mark Mieras ben ik weer zo’n leuk weetje tegengekomen; testosteron, het hormoon waar juist jongens in de puberperiode een flinke – zeg maar overmatige – hoeveelheid van hebben, heeft direct invloed op het meer of minder goed gezichtsuitdrukkingen kunnen lezen (en interpreteren) bij andere mensen.

'Ja, als jij denkt dat ik kan ruiken dat je boos bent’, dan vergis je je!’, blijkt een wetenschappelijk onderbouwd verwijt van mijn pubers te zijn.

maandag 21 juni 2010

Wé zijn geslaagd!

‘10 uur, dan zal ik wel weten’, dat waren de overtuigd klinkende woorden van puber1. Om 10 uur zat ik dus – zoals het een toegewijde moeder betaamt – klaar voor hét grote moment: de uitslag van het examen. En met mij nog vele duizenden andere moeders en vaders.
Dacht ik.

Het tijdstip van 10 uur was iets te optimistisch; we hebben met elkaar de uren weg zien tikken terwijl het grote wachten alsmaar groter en groter werd. De website van de school gaf een stuk betrouwbaarder informatie; het grote moment zou rond twee uur zijn. Na de vergadering die om één uur start.

Vanaf dat moment hebben we niet alleen de uren voorbij zien gaan. Wel nee. We hebben de seconden minuten zien worden en de minuten hebben we aan elkaar zien rijgen tot kwartiertjes, half uurtjes en dan – helaas maar eens per uur – tot uren.

‘Half één; over een half uur starten ze met de vergadering’. Ja, beaamt puber van achter zijn X-box. Over een half uur start het.
‘Zou je geslaagd zijn?’ Ik weet het niet. Schouderophalend X-boxt hij geconcentreerd verder.

Tot het één uur wordt. Opeens breken alle zenuwen los. Vanaf dit moment kunnen we alleen maar wachten. Om kwart over één komt één van zijn vrienden het huis binnen drentelen. Hij heeft het circus vorig jaar beleeft en zit als de rust zelve op de bank. Ze bellen toch wel, in zijn nuchtere commentaar.

Kwart over één; 10 voor half twee; vijf voor half twee, half twee, kwart voor twee, we zien het half drie worden, kwart voor drie …

‘Zou het een goed teken zijn, dat het zo lang duurt? Puber begint het zich hardop af te vragen. De mentor heeft gezegd eerst de gezakten te bellen. Hij denkt dus van wel. En jij?’ Ik weet het niet meer. Eerlijk moet ik bekennen deze ronde niet de steun en toeverlaat te kunnen zijn die ik als moeder behoor te wezen. Het is lang geleden dat ik zó in spanning heb gezeten en ben inmiddels gestart met het drentelen door de huiskamer.

Tien voor drie: telefoon! ‘nee, ik weet het nog niet en als ik te lang met je bel ga ik het ook niet weten ook’, de woorden komen er bijtend uit. Een meelevende vriend wordt te verstaan gegeven zich pas na vieren weer te melden. We kijken elkaar stil aan. En wachten.

Twee minuten over drie gaat de telefoon …
Het verlossende woord wordt gesproken: Geslaagd!

Een puntenlijst wordt opgenoemd en ik sta juichend en klappend om mijn grote zoon heen te dansen. Wat kunnen mij die cijfers schelen!
Het is gelukt! Wé zijn geslaagd! Want laten we eerlijk zijn; er zijn momenten in pubers’ schoolcarrière geweest waarvan ik me af heb gevraagd wie het huiswerk nu eigenlijk maakte en aan wie een voldoende voor een UP te danken was. Een vraag die vele ouders zichzelf wel eens stellen, ben ik door de jaren heen gaan begrijpen.

vrijdag 18 juni 2010

Wachten op de examenuitslag

Als u deze column leest is in ons gezin – en bij velen met ons - de spanning er af; dan weten we of puber 1 wel of niet geslaagd is voor zijn examen. Of eigenlijk: dan weten we of WE geslaagd zijn; er zijn momenten in pubers’ schoolcarrière geweest waarvan ik me af heb gevraagd wie het huiswerk nu eigenlijk maakte en aan wie een voldoende voor een UP te danken was. Een vraag die vele ouders zichzelf wel eens stellen, ben ik door de jaren heen gaan begrijpen.

Nu gaan we een dag van spanning tegemoet: worden we ’s ochtends gebeld – dat is dan foute boel – of wordt de spanning verlegd naar de middag. En dan nog weet je het niet: wel of niet met een herexamen. We bereiden ons overal op voor; de taart die we in huis halen is óf om onze teleurstelling te vieren óf om de feestvreugde kracht bij te zetten. Ik hoop op het laatste! Puber 1 ziet zo uit naar een vervolg van zijn schoolcarrière in het grote, spannende Amsterdam.

woensdag 9 juni 2010

Beste mevrouw Van der Sloot,

We hebben het met z’n allen over u. Regelmatig zelfs. En als ik eerlijk ben niet altijd even aardig.
Voor u natuurlijk geen nieuws, want wat al die miljoenen opvoeders in ons land vinden staat uitgebreid in kranten en tijdschriften.
Ik heb me de laatste dagen vaak afgevraagd hoe u zich voelt. Een moeder blijft immers altijd om haar kinderen geven?

Een wereld vol leken en een hand vol professionals hebben een mening over u, over uw zoon en over de opvoeding die u uw zoon wel of niet heeft gegeven. En met elkaar zijn we ook niet te beroerd om onze mening duidelijk en vooral zonder enige terughoudendheid wereldkundig te maken.
Ik vraag me af of u dit heeft verdiend. Geen enkele ouder, vader of moeder, wenst een kind het leven toe wat uw zoon op dit moment leeft.

Voor u hoop ik dat u – naast de zorg, boosheid, teleurstelling en het immense verdriet - ook ruimte krijgt om van uw zoon te blijven houden. Omdat dat bij een moederhart hoort.

dinsdag 11 mei 2010

Tolerant zult gij zijn!

Het gaat goed, met ons Nederlanders. We zijn gelukkig, vooral met ons zelf en we zijn ook te spreken over de kinderen, onze eigen kinderen wel te verstaan. Onderzoeken bevestigen dit. Het is wetenschappelijk verantwoord om te melden: je bent gelukkig. Ondanks de crisis en andere narigheid.

Mensen om ons heen werken niet mee aan ons geluk; we ergeren ons aan de grofheid, de afname van de tolerantie en het verbale geweld.
En over de kinderen van anderen zijn we helemaal niet te spreken; niet goed opgevoed en veel te brutaal.
Ook onderzocht.

Grappig eigenlijk; de uitkomsten van dergelijke onderzoeken gaan over jou en mij: die ánder heeft het immers over ons als er in onderzoeken geklaagd wordt over te weinig tolerantie, teveel grofheid en de onopgevoede kinderen.

Die brutale, onaangepaste pubers zijn natuurlijk van jou.
En van mij. Laat ik niet flauw doen.
Als wij - de respectloze, grofgebekte, intolerante én ‘in bezit zijnde’ van die nóg brutalere pubers - ons nu eens niets aantrokken van die onderzoeken?

Als we dan met elkaar, als brutale en onaangepaste Nederlanders onder elkaar, ons nou eens vréselijk gingen misdragen; elkaar gedag zeggen in het voorbijgaan op straat bijvoorbeeld.
Zouden ze schrikken, die klagers? Ons betichten van brutaal gedrag?
Het lijkt me het onderzoeken waard!