Posts tonen met het label ouders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ouders. Alle posts tonen

donderdag 20 januari 2011

Give me the the money!

Wie is er verantwoordelijk voor de financiële opvoeding van kinderen? Een beetje ouder zal meteen roepen: ik! Daarom geven veel ouders hun kinderen al op jonge leeftijd zakgeld; jong geleerd is oud gedaan.

Dat laatste blijkt niet helemaal te kloppen: de cijfers over schulden van jongeren liegen er – helaas – niet om: twee op de drie werkende jongeren heeft een schuld van gemiddeld € 1750,--

Het Nibud heeft in 2009 een onderzoek gedaan onder scholieren. Je ziet dan een duidelijke lijn: geld lenen vinden de meeste scholieren geen probleem, sterker nog: 63% vindt lenen helemaal niet erg. Opmerkelijk is dat het hébben van schulden door dezelfde scholieren wél als negatief wordt ervaren. Dat geld lenen je direct een schuld oplevert lijkt nog niet te zijn doorgedrongen.

In dit zelfde onderzoek vertelt 85% van de pubers dat ze extra geld van hun ouders krijgen als ze daar om vragen.

En daar komt dan toch die financiële opvoeding om de hoek kijken: ergens zullen onze pubers het toch moeten leren, dat meer geld uitgeven dan je hebt ook direct een schuld oplevert.

Dit onderzoek lezen? gaan dan naar:http://www.mammaweetalles.nl/pubers-en-puberteit/AKTUEEL.html

woensdag 5 januari 2011

testbatterij voor kinderen

Het is weer bijna zo ver: De Citotoets! In de eerste week van februari zullen duizenden kinderen in groep 8 met het klamme zweet in hun handen achter hun tafeltje zitten. De eerst zo vertrouwde klas blijkt deze drie dagen een heuse testbatterij te zijn.

Natuurlijk is het niet de eerste keer dat ze een test maken; in groep 7 hebben ze al een entreetoets achter de rug, en door de hele schoolcarriere heen zijn er momenten geweest waarop kennis en inzicht met één of ander testje is gemeten. Maar toch … nu die eindtoets. Klinkt natuurlijk ook erg definitief: EINDTOETS. Alsof dit moment, en dan ook alleen dit moment bepalend is voor de rest van je leven.

Nee, ik wil absoluut geen pleiter van de ‘leer-maar-raak-want-je-komt-er-toch-wel-methodiek’ zijn. En natuurlijk is het belangrijk dat uw kind alle kansen krijgt die voor haar of hem mogelijk zijn. En ja, ik ben wél een voorstander om kinderen, die enorm opzien tegen deze eindtoets, te ondersteunen met een cito-training.

Maar, ik ben er vooral van overtuigd dat onze kinderen moeten weten dat ze goed zijn zoals ze zijn. Dat VMBO, Mavo, Havo of VWO niets zegt over wie je als méns bent. En dat zullen wij ze moeten leren!

donderdag 21 oktober 2010

Zelfs je beroepskeuze is een kwestie van verleid worden

Op naar de beroepenmarkt. Een slimme uitvinding; vervolgopleidingen, hetzij volledig theoretisch, hetzij beroepgericht, presenteren zich op één avond.

Kiezen is lastig. Zeker als het functioneren van je hersenen helemaal niet gericht is op ook maar iets dat lijkt op ‘lange termijn’. Kort, snel, leuk, kick, nu!
Dat zijn de aanknopingspunten die direct aansluiten bij een gemiddeld puberbrein. Lastig wordt het dan om als voorlichter van de politie je lange termijn inzet te promoten rondom veiligheid in de buurt. Dit wordt, ingefluisterd door eigen ervaring of van horen zeggen, al snel vertaald in fietslichtjes, remmen en het wel of niet bij je hebben van een ID. En laten we eerlijk zijn: zo’n functie klinkt natuurlijk niet echt snel, leuk en over de kick hebben we het dan al helemaal niet meer.

Dan blijkt ook dat voorlichters, die zich hebben verplaatst in de belevingswereld van de groep jongeren die wel of niet zullen gaan kiezen voor een door hen gepresenteerde opleiding, het meeste effect scoren.
Oh, en een beetje lol over datzelfde beroep werkt ook mee.

zondag 22 augustus 2010

Kindertjes die vragen ...

Op de toonbank van de winkel waar ik op mijn beurt wacht, staat een immens grote snoeppot. In ieder geval gezien vanuit kinderogen. Aantrekkelijk is ie ook, die pot, gevuld met vrolijk gekleurd snoepgoed wat uitnodigt om er eens flink in te graaien. Maar dat doet natuurlijk geen kind.

‘Wil je een snoepje?’ Uitnodigend haalt de verkoopster de deksel van de pot. Langzaam gaat de hand van een blond meisje de grote pot in. Ze moet er voor op haar tenen gaan staan.

Onder streng toeziende moederogen wordt er heel secuur één snoepje gepakt. Een roze. Voorzichtig wordt dan dat ene snoepje naar haar mond gebracht. En dan, terwijl ze het kleinood heel tevreden in haar mond steekt – het had ook zo maar kunnen vallen en dan was ze ‘m kwijt geweest – hoor ik haar moeder snerpen ‘en wat zeg je dan???’ Ja, ze zegt niets natuurlijk! Praten met je mond vol – al is die mond gevuld met maar één snoepje - mag ook al niet.

En daar sta je dan, als negenjarige met je goede gedrag. Ze lacht maar een beetje schaapachtig.

‘Mevrouw, mag ik alstublieft nog zo’n snoepje?’. Naast me zie ik de moeder van de vrolijke, open negenjarige door de grond zakken. Eérst niet bedanken voor het snoepje en maar een beetje giechelen als gevraagd wordt om ‘dank u wel te zeggen’ en dan daarna de regel ‘gij zult niet onbescheiden zijn’ met beide voeten treden.

‘Dat doe je niet’, is het boze commentaar van de moeder. ´Maar ik vraag het toch netjes?’, is het weerwoord van de negenjarige. Tevreden huppelt ze even later de winkel uit: mét een tweede (én een derde én een vierde) snoepje.

Meisjes die vragen … die komen er wel!

zaterdag 27 maart 2010

Grenzen stellen

‘Nou, dan vertel jij even wat over grenzen stellen’.
Ik slik. ‘Grenzen stellen. Dat is me nogal een onderwerp! En, zoals uit verschillende onderzoeken onder ouders blijkt, ben ik niet de enige opvoeder die daar zo af en toe moeite mee heeft.

Hoe kan dat toch, dat het grenzen stellen bij kinderen tot een jaar of 12 ons nog redelijk makkelijk afgaat maar we als ouders een soort van ‘dit-is-de-grens-verlamming’ krijgen zodra die magische leeftijdsgrens gepasseerd is.

Ik zie mijn vader nog controleren of ik wel om 12 uur thuis was door af te stemmen op radio 1: tijdens het Wilhelmus om middernacht was je binnen. Oók op je 23ste.

Puber 2 rolt bijna van zijn stoel van het lachen als ik hem dit voorbeeld geef bij een stevige onderhandeling over thuis-kom-tijden, om maar even een grensverleggend onderwerp te noemen. Er gaan enige minuten overheen voor hij beseft dat ik serieus ben; dat er 22 jaar geleden écht een vader was die controleerde of ik om 12 uur wel binnen was. De grens is door de jaren verlegd: het wordt half 1.

zaterdag 5 december 2009

de jeugd van tegenwoordig: een sociale tijdbom?

Een krant kopt deze week met de mededeling dat de jeugd ‘een sociale tijdbom is’.
Kort door de bocht kan gezegd worden dat de noodklok wordt geluid: de jeugd van tegenwoordig ziet waarden als bescheidenheid, plichtsgevoel, iets over hebben voor een ander en soberheid niet meer zitten. Wij ouders blijken hieraan mee te doen: als het maar gezellig blijft!

De vinger wordt, ook in dit onderzoek, direct in de richting van ons ouders gepriemt. Wij hebben het gedaan, wij hebben onze pubers verwent tot op het bot. Gelukkig zijn wij ouders een mondige generatie en klimmen we met tientallen in de pen, gezien het aantal reacties in de media: helemaal niets van waar hoor! Onze pubers zijn schatjes! Druk met hun baantje, druk met geld verdienen én weer uitgeven. Een overbezette agenda vanwege alle feestjes en andere pretjes. Láát ze lekker!
Dat is dan precies waar het de onderzoekers omgaat: wat leren jongeren over burgerschap, je inzetten voor een ander als geld, kleding en stappen (te) belangrijk worden en ouders hier niet op aangesproken willen worden?

Wat vindt u?

zondag 27 september 2009

onsamenhangende samenleving

Nederland gaat steeds meer als los zand aan elkaar hangen. Dat is eigenlijk de vaststelling die pas geleden is gepubliceerd als het gaat om gezinnen.
Om te studeren verlaten we onze steden en dorpen, om te werken vestigen we ons aan de andere kant van het land (of de wereld). Zo komen familie en vrienden steeds vaker op afstand te wonen. We gaan natuurlijk weer nieuwe vriendschappen aan en deze blijken voor een groot deel gebaseerd op gemeenschappelijke kenmerken: kinderen bij elkaar in de klas, sport- of hobbyclub, vrijwillige inzet of ons tijdens ons professionele leven: het dagelijks werk.
De netwerkgroepen van mamma weet alles zijn niet te vangen in hobby of werk. Wat we als ouders wél delen is de lol in het opvoeden van pubers met zo af en toe (regelmatig) een dipje die je het gevoel geeft met topsport bezig te zijn. We delen tijdens deze ontmoetingen ook onze kennis. Hoe doe jij dat nou is een steeds terugkerende vraag. En dan blijkt zo’n bijeenkomst reuze leuk: je gaat meestal weg met het gevoel dat je het zo gek nog niet doet. Dat kan dan zo maar de opsteker van de week zijn!