Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen

dinsdag 10 mei 2011

de dag van het gezin


Zondag 15 mei is het de internationale dag van het gezin.
Alwéér zo'n 'dag van ...'


Jarenlang is het gezin ‘de hoeksteen van de samenleving geweest’. En dan vooral uit de gedachte dat een gezin standaard bestaat uit een vader, een moeder en kinderen. Naar gelang de acceptatie van voorbehoedsmiddelen is dan dat laatste onderdeel van het gezin, die kinderen, in aantal flink geminderd. Het gezin heeft als instituut ook een ontwikkeling doorgemaakt; eigenlijk kun je niet meer standaard uitgaan van het plaatje ‘mannetje-vrouwtje-kindje.

Kinderen groeien tegenwoordig op met ouders van het zelfde geslacht, met alleenstaande ouders, in samengestelde gezinnen of in pleeggezinnen. Allemaal variabelen die door de eeuwen al in meer of mindere mate aanwezig waren, maar tegenwoordig openlijk én (redelijk) geaccepteerd.

Gezin ben je niet zomaar. ‘Gezin-zijn’ is eigenlijk een werkwoord; je moet de relatie die je met elkaar hebt aandacht geven, interesse in elkaar hebben. En dat kost tijd. Bákken met tijd. We leven in een tijdsgewricht waarin veel te koop is. Als ouders zetten we alles op alles om onze kinderen te gven wat ze nodig hebben en het liefst geven we ze nóg meer.

Het opgroeien in een gezin waar ‘gezin-zijn’ een werkwoord is, dat onbetaalbaar en misschien niet de hoeksteen van de samenleving, maar wel de noodzakelijke basis van volwassen worden!

Een groot onderzoek in Nieuw Zeeland heeft ouders met de neus op de feiten gedrukt: kinderen hebben hierin aangegeven dat ze meer dan ooit behoefte hebben aan aandacht en intersse van hun ouders. Dat ze gráág samen met hen dingen ondernemen en beleven.
Het idee dat kinderen, als ze de puberteit bereikt hebben, de voorkeur geven aan een eigen leven wordt met dit onderzoek even op scherp gezet.

Natuurlijk willen kinderen, naarmate ze ouder worden, meer privacy en meer op eigen benen staan. Dat is een logische en gezonde ontwikkeling. Maar diezelfde kinderen willen ook ontdekken en groeien in de wetenschap dat ze dit doen vanuit een veilige basis waarin ze gewaardeerd worden en bevestigd in het gevoel ‘dat ze er mogen zijn’. Zelfbeeld heet niet voor niets ‘zelfbeeld’; het is een weergave wat een ander van je geeft, het beeld wat je krijgt.

Aan ons ouders de oproep om van ‘gezin-zijn’ een werkwoord te maken, om op onderzoek te gaan naar wat je als gezin werkelijk bindt. Om die veilige basis te voeden. En misschien zijn het dan niet alleen kinderen die hier voordeel van hebben; misschien is dat gezin, voor iedereen op een andere manier samengesteld, ook wel dé veilige plek voor volwassenen!

En ja, 'weer zo'n dag van ...'. Gelukkig kun je er de rest van het jaar volop mee aan het werk!

vrijdag 6 mei 2011


Moederdagen eindigen bij mij altijd in gemijmer over die lang vervlogen tijden waarop je verrast werd met kettingen van macaroni, teenslippers van karton of een masker van je kleuter, beschilderd met primaire kleuren.
Genoten heb ik van deze cadeau’s! Ondanks het feit dat ik die, inmiddels beschimmelde, macaroniketting niet draag, bewaar ik m nog wel in de versierde doos, het eerste Moederdag cadeau van puber 2. En ja, die ondraagbare kartonnen teenslippers, die heb ik ook nog. Inclusief gedicht en liefdesverklaring van puber 1 hebben ook deze een plekje in de Moederdag-bewaardoos gekregen.

Tekeningen, voordrachten, sierraden, fotolijstjes, hoe creatiever de leerkracht, hoe ingenieuzer het cadeau op deze dag.

‘Wat heb jij voor je Moederdag gekregen?’ Een telefoon, een fotocamera, een ring … Door de jaren heen worden de cadeaus groter, maar de vraag is of de onderliggende boodschap, ‘mam, ik hou van je!’, er beter door gehoord wordt. Na de basisschoolleeftijd ben ik me af gaan zetten tegen de commerciële dwang die steeds duidelijker achter Moederdag zit.

Aan mij zijn al die dure cadeaus niet besteed. Net zoals die onpersoonlijk opgemaakte struiken bloemen; ze mogen ze houden.
Nee, doe mij dan maar liever een bos bloemen die je langs de weg plukt.
Dat heeft één van de pubers ooit serieus genomen. En stinken dat die krengen deden! Naar hondenpis!
In dit geval is het slechts een foto die de Moederdag-bewaardoos heeft gehaald.

donderdag 20 januari 2011

Give me the the money!

Wie is er verantwoordelijk voor de financiële opvoeding van kinderen? Een beetje ouder zal meteen roepen: ik! Daarom geven veel ouders hun kinderen al op jonge leeftijd zakgeld; jong geleerd is oud gedaan.

Dat laatste blijkt niet helemaal te kloppen: de cijfers over schulden van jongeren liegen er – helaas – niet om: twee op de drie werkende jongeren heeft een schuld van gemiddeld € 1750,--

Het Nibud heeft in 2009 een onderzoek gedaan onder scholieren. Je ziet dan een duidelijke lijn: geld lenen vinden de meeste scholieren geen probleem, sterker nog: 63% vindt lenen helemaal niet erg. Opmerkelijk is dat het hébben van schulden door dezelfde scholieren wél als negatief wordt ervaren. Dat geld lenen je direct een schuld oplevert lijkt nog niet te zijn doorgedrongen.

In dit zelfde onderzoek vertelt 85% van de pubers dat ze extra geld van hun ouders krijgen als ze daar om vragen.

En daar komt dan toch die financiële opvoeding om de hoek kijken: ergens zullen onze pubers het toch moeten leren, dat meer geld uitgeven dan je hebt ook direct een schuld oplevert.

Dit onderzoek lezen? gaan dan naar:http://www.mammaweetalles.nl/pubers-en-puberteit/AKTUEEL.html

dinsdag 21 december 2010

kerst

In huis wonen met 3 mannen geeft zo haar beperkingen. Zeker als je er – heel principieel – voor kiest om ‘maar’ 1 televisie in huis te hebben. En zonder sneu of zielig te willen klinken: als enige vrouw in het gezelschap wil ik het nog wel eens afleggen tegen al die spanning, sensatie, humor en geweld.

Maar met kerst is alles anders. Onder invloed van de zoete kerstjingles blijken zelfs mijn mannen CSI, een boksgala, Twoandahalfman – om maar wat programma’s te noemen - een beetje te vergeten.

Sinds kort weet ik dat ik niet de enige ben met een enorme hang naar nostalgie. Sterker nog: ik heb ontdekt dat ik voor de diverse zenders een doelgroep ben! Ook ik hang – van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ademloos voor de buis en huil tranen met tuiten om Sissi die haar dochter na maanden van ziekte ten overstaan van de hele Italiaanse massa in de armen sluit.

En dan ga ik, met het ‘Viva la mamma!’ nog naklinkend, rustig slapen. Ik kan er weer tegen, een jaar lang weggestuurd worden bij de buis!

woensdag 27 oktober 2010

Hoe leren wij onze pubers ‘mobiele hygiene’?

Stel je eens voor. Jouw 17 jarige dochter zit in de trein. Het is een volle bak; de forensen keren allemaal huiswaarts. Je dochter heeft liefdesverdriet. Haar verkering is na 1 jaar, een week en ook nog een dag op een akelige manier geknald. En het is zijn schuld.

Alle treinreizigers weten dit inmiddels ook; een mobiel telefoongesprek geeft alle geïnteresseerden een kijkje in deze periode van 1 jaar, een week en een dag. Geen onderwerp uit deze verkeringstijd wordt geschuwd. Sommige medereizigers gniffelen met elkaar: thema: seks. Mensen kijken elkaar vragend aan: thema zoenen-met-een-ander-meisje. Het wordt langzaam maar zeker onrustig in de coupe.

Een klein rekensommetje leert ons dat 176 mensen dit gesprek hebben gehoord. Laten we er voor het gemak van uitgaan dat tweederde thuis met nog drie andere personen verder praat over dit liefdesdebacle . Dan zijn 352 mensen op de hoogte, naast de gesprekspartner aan de andere kant van de lijn.

Eén van de reizigers moet dit rekensommetje ook hebben gemaakt toen hij langs de rijen liep en het meisje attendeerde op haar publiek.

Is de vraag: hoe leren wij onze pubers ‘mobiele hygiene’?

donderdag 21 oktober 2010

Zelfs je beroepskeuze is een kwestie van verleid worden

Op naar de beroepenmarkt. Een slimme uitvinding; vervolgopleidingen, hetzij volledig theoretisch, hetzij beroepgericht, presenteren zich op één avond.

Kiezen is lastig. Zeker als het functioneren van je hersenen helemaal niet gericht is op ook maar iets dat lijkt op ‘lange termijn’. Kort, snel, leuk, kick, nu!
Dat zijn de aanknopingspunten die direct aansluiten bij een gemiddeld puberbrein. Lastig wordt het dan om als voorlichter van de politie je lange termijn inzet te promoten rondom veiligheid in de buurt. Dit wordt, ingefluisterd door eigen ervaring of van horen zeggen, al snel vertaald in fietslichtjes, remmen en het wel of niet bij je hebben van een ID. En laten we eerlijk zijn: zo’n functie klinkt natuurlijk niet echt snel, leuk en over de kick hebben we het dan al helemaal niet meer.

Dan blijkt ook dat voorlichters, die zich hebben verplaatst in de belevingswereld van de groep jongeren die wel of niet zullen gaan kiezen voor een door hen gepresenteerde opleiding, het meeste effect scoren.
Oh, en een beetje lol over datzelfde beroep werkt ook mee.

dinsdag 13 april 2010

Pubers zijn net als water; ze zoeken het laagste punt

Voor veel gemeenten was toestemming zeer welkom geweest: het verleggen van leeftijdsgrens voor het drinken van alcohol. Menig onderzoek heeft inmiddels bewezen dat een dergelijke grensverlegging veel hersenschade kan voorkomen.

Eén van de redenen dat deze wijziging er niet doorgekomen is, is het feit dat men wil dat eerst het huidige beleid gehandhaafd gaat worden. Naar mijn mening maakt het niet zo heel veel uit: 16 of 18 jarigen controleren.

Voor mij, als moeder van een 15 & 18 jarige, was deze wetswijziging welkom geweest. Nu is de regel bij ons in huis de wettelijke leeftijd: 16 jaar. Langer is ook niet houdbaar in onze omgeving waar drank een (te) groot deel uitmaakt van het uitgaansplezier en sociale verkeer. En daar is de horeca vaak niet eens de grote boosdoener in; veelal wordt er voorgedronken bij ouders! Terecht stelt de Volkskrant dat ouders toleranter worden als het gaat om alcoholgebruik en - misbruik van hun pubers.

Zo heb ik vorige week mijn eigen kind & 2 van zijn vrienden de wacht aan moeten zeggen: sterke drank (whisky) wordt bij ons niet per fles gedronken. Sterker nog: dat wordt bij ons helemaal niet gedronken. Zeker niet 'zomaar' even tussen door. Dat is een bekende regel, en wat Klink en consorten ook zeggen: deze regel blijft staan.
Waar de heren mee schermden? De wet! ’Ik mag sterke drank drinken, want ik ben 18’.

Misschien is het verleggen van de grens méér dan alleen een controleerbaar feitje. Het is ook rugdekking en ondersteuning voor ouders om zich staande te houden in een alcoholdiscussie waarin (nog) niet alle ouders het belang van terughoudendheid inzien. Want ja, in gesprekken met ouders is dat wat me nog het meeste steekt 'ach ja, wij zijn ook jong geweest he'. En nog zo’n mooie: ‘als jij het ze niet geeft, dan halen ze het bij een ander’.

En zo merk je dat pubers net als water zijn; ze zoeken het laagste punt op. Dat ze graag bij je komen betekent niet altijd het compliment dat ze ook graag bij je zijn.
Enige hulp van de overheid kan ik hier wél goed in gebruiken: zij stellen de regel, ik controleer en handhaaf in eigen huis en tuin.

It takes a village to raise a child!

zaterdag 27 maart 2010

verkering op MSN?

U en ik lezen kranten. Dat blijkt maar weer; u heeft nu ook een krant in handen en bladert deze op z’n minst met enige interesse door.

De nieuwe generaties – onze kinderen dus eigenlijk – doen dat inmiddels toch anders; ze surfen wat af op de immens grote én drukke digitale snelweg. Zo kan het zo maar gebeuren dat je kind enorm verdrietig thuis kan komen omdat haar verkering uit is.
Verkering, denk je dan? Wie, wat, waar? Hoe heb ik dit kunnen missen?

Blijkt het een heftige, zeer innige relatie te zijn geweest die op MSN is gestart en die er zelfs in heeft geresulteerd dat mobiele nummers zijn uitgewisseld. Toppunt van digitale intimiteit! Dat laatste was dan achteraf weer onhandig. De andere partij heeft zo ook de mogelijkheid gekregen om het uit te maken. Via SMS.

Gek verhaal? Het was niet de eerste keer dat ik een moeder hoor verzuchten dat er zo vreselijk veel is veranderd, dat het niet bij te houden is, al die informatiekanalen die onze kinderen weten aan te boren en waar ze indrukken op doen.

Rond het zevende jaar zetten kinderen hun eerste schreden op die digitale snelweg; ze gaan ‘op’ Habbo, oefenen hun eerste woordjes met klasgenootjes op MSN. Redelijk onschuldig allemaal.

Het is ook de periode dat we als ouders de mogelijkheid krijgen om kinderen te leren hoe om te gaan met privacy, welke informatie je wel en welke informatie je niet op internet plaatst. Een vader vertelde over een praktische oplossing; vanaf de eerste dag dat de wereld van mijn zoon zich ook op internet ging afspelen, ben ik naast hem gaan zitten. Terwijl hij MSN ontdekte en zijn Habbo-kamer inrichtte leerde ik hem spelenderwijs wat wel en wat niet verstandig is.

Grenzen stellen

‘Nou, dan vertel jij even wat over grenzen stellen’.
Ik slik. ‘Grenzen stellen. Dat is me nogal een onderwerp! En, zoals uit verschillende onderzoeken onder ouders blijkt, ben ik niet de enige opvoeder die daar zo af en toe moeite mee heeft.

Hoe kan dat toch, dat het grenzen stellen bij kinderen tot een jaar of 12 ons nog redelijk makkelijk afgaat maar we als ouders een soort van ‘dit-is-de-grens-verlamming’ krijgen zodra die magische leeftijdsgrens gepasseerd is.

Ik zie mijn vader nog controleren of ik wel om 12 uur thuis was door af te stemmen op radio 1: tijdens het Wilhelmus om middernacht was je binnen. Oók op je 23ste.

Puber 2 rolt bijna van zijn stoel van het lachen als ik hem dit voorbeeld geef bij een stevige onderhandeling over thuis-kom-tijden, om maar even een grensverleggend onderwerp te noemen. Er gaan enige minuten overheen voor hij beseft dat ik serieus ben; dat er 22 jaar geleden écht een vader was die controleerde of ik om 12 uur wel binnen was. De grens is door de jaren verlegd: het wordt half 1.

woensdag 3 februari 2010

De mjwah-djah-wjah-periode

‘Mwah krijg ik als antwoord op mijn vraag ‘hoe was het op school, wjah is het antwoord als ik vraag of het goed gaat met leren. Djah is het standaard antwoord als ik vraag of hij naar beneden komt om te eten’.

Vooraan in de zaal zit een moeder van een 15 jarige puber die duidelijk ten einde raad is; zoveel jaren een gezellige, spraakzame zoon gehad en het lijkt alsof hij van de één op andere dag zijn tong verloren heeft.
Thuis.

Ouders van vriendjes zijn dól enthousiast over hem. ‘Zo’n gezellige jongen! En ook zo slim, je kunt er een goed én zinnig gesprek mee voeren!’De moeder hoort al die complimenten met groeiende frustratie aan. Waarom thuis alleen maar deze eenlettergrepige opmerkingen?

In de zaal achter deze moeder klinkt instemmend gemompel: er zijn meer ouders die de frustratie herkennen. Ik ben heel erg benieuwd naar de wijze waarop ouders hier mee omgaan of, als de mjwah-djah-wjah-periode inmiddels voorbij is, omgingen. Heeft u een tip voor ouders die aan het overleven zijn in een spraakloos-opvoedtijdperk? U kunt reageren via het blog!

zaterdag 5 december 2009

de jeugd van tegenwoordig: een sociale tijdbom?

Een krant kopt deze week met de mededeling dat de jeugd ‘een sociale tijdbom is’.
Kort door de bocht kan gezegd worden dat de noodklok wordt geluid: de jeugd van tegenwoordig ziet waarden als bescheidenheid, plichtsgevoel, iets over hebben voor een ander en soberheid niet meer zitten. Wij ouders blijken hieraan mee te doen: als het maar gezellig blijft!

De vinger wordt, ook in dit onderzoek, direct in de richting van ons ouders gepriemt. Wij hebben het gedaan, wij hebben onze pubers verwent tot op het bot. Gelukkig zijn wij ouders een mondige generatie en klimmen we met tientallen in de pen, gezien het aantal reacties in de media: helemaal niets van waar hoor! Onze pubers zijn schatjes! Druk met hun baantje, druk met geld verdienen én weer uitgeven. Een overbezette agenda vanwege alle feestjes en andere pretjes. Láát ze lekker!
Dat is dan precies waar het de onderzoekers omgaat: wat leren jongeren over burgerschap, je inzetten voor een ander als geld, kleding en stappen (te) belangrijk worden en ouders hier niet op aangesproken willen worden?

Wat vindt u?

vrijdag 2 oktober 2009

mam, ik hou van je

Wist u dat? Dat een kind gemiddeld 400.000 keer hoort dat het iets niet goed doet? Tot zijn of haar twaalfde jaar. Vierhonderduizend keer!
En met de regelmatige boodschap ‘je hebt het wéér niet goed gedaan’ huppelt het de puberteit binnen. Ga d’r maar aan staan als puber-in-de-groei; jezelf staande houden tussen al die flitsende klasgenoten waarvan je denkt dat zij wél alles goed doen. En jij staat daar dan als stiekeme sukkel tussen. Weet jij veel dat je collega pubers het zelfde lot beschoren is?
Ooit heb ik gehoord dat je minimaal drie complimenten moet stellen tegenover één kritische opmerking. Een simpel rekensommetje zegt dat je 1 komma 2 miljoen keer moet hebben gehoord dat je OK bent.
Ik weet niet hoe het bij u thuis gaat, maar ik ga dat niet redden. Als mijn pubers om 8 uur het pand verlaten, zijn in ieder geval de thema’s op-tijd-naar-bed-en- er-sneller-uit, tandenpoetsen, vlekken op kleding en dat ze hun bordje best wel even in de keuken, óp het aanrecht, en niet er naast kunnen zetten, gepasseerd.
Laatst sneed het door mijn ziel toen de oudste de deur uitliep met de uitsmijter ‘mam, ik hou van je’.

stichting mamma weet alles steunen? Stem op ons via de website! we zijn genomineerd voor de Grote Gift van 3M en hebben uw stem nodig.

zondag 27 september 2009

onsamenhangende samenleving

Nederland gaat steeds meer als los zand aan elkaar hangen. Dat is eigenlijk de vaststelling die pas geleden is gepubliceerd als het gaat om gezinnen.
Om te studeren verlaten we onze steden en dorpen, om te werken vestigen we ons aan de andere kant van het land (of de wereld). Zo komen familie en vrienden steeds vaker op afstand te wonen. We gaan natuurlijk weer nieuwe vriendschappen aan en deze blijken voor een groot deel gebaseerd op gemeenschappelijke kenmerken: kinderen bij elkaar in de klas, sport- of hobbyclub, vrijwillige inzet of ons tijdens ons professionele leven: het dagelijks werk.
De netwerkgroepen van mamma weet alles zijn niet te vangen in hobby of werk. Wat we als ouders wél delen is de lol in het opvoeden van pubers met zo af en toe (regelmatig) een dipje die je het gevoel geeft met topsport bezig te zijn. We delen tijdens deze ontmoetingen ook onze kennis. Hoe doe jij dat nou is een steeds terugkerende vraag. En dan blijkt zo’n bijeenkomst reuze leuk: je gaat meestal weg met het gevoel dat je het zo gek nog niet doet. Dat kan dan zo maar de opsteker van de week zijn!

maandag 14 september 2009

klinkt als gezonde puber

Alles is relatief; terwijl bij ons thuis nog steeds de alcohol--drugs-huiswerk-niet-doen-discussie up to date is, is een gezin nog geen 100 verder kilometer landinwaarts druk doende om duidelijk te maken dat het helemaal niet gek is dat een 13-jarige alleen over de wereld wil zwerven.
Terwijl we als ouders bijna allemaal wel eens verzucht hebben dat het bést lekker zou zijn, als ze je puber eens een tijdje elders ging wonen, staan we nu zo ongeveer enmasse achter de kinderbescherming. Want eigenlijk kan het niet, zo alleen in een bootje als je dertien bent. Duidelijke, emotionele en soms zelfs irreële overwegingen buitelen over elkaar in de media. Maar, we gaan deze discussie hier niet nog eens dunnetjes over doen, haal gerust even opgelucht adem.
Het enorm grote verschil in pubers, dat houdt me wél bezig; is de ene puber bijna niet vooruit te branden en hangt passieloos onderuit op de bank, komt de andere puber in aanraking met de rechterlijke macht omdat ze juist wél een passie heeft en niet van plan is zich te schikken in het één of andere systeem! Dit laatste stelt me wel gerust: dat klinkt weer als een echte, gezonde puber!

schoolcampus

‘Mam, dit jaar ga ik ga schoolspullen kopen met vrienden, denk ik.’ Oeps, daar gaat mijn jaarlijkse uitje naar het land van jeugdsentiment. Niet de aanblik van stellingen vol met potloden en niet weten of je een HB, B of H potlood moet aanschaffen. Niet samen al die agenda’s bekijken, becommentariëren, nóg een keer doorbladeren, toch maar niet doen om aan het eind van de rit nog even snel de keuze bij te stellen en tóch die eerste agenda te kopen. Als hij er dan nog is.
Niet betrokken zijn bij de keuze van de kleur van het kaftpapier of minimaal op de achtergrond aanwezig . Dit jaar geen discussie over het wel of niet aanschaffen van een multomap omdat ik dat altijd zo handig vindt.
Voor mij dit jaar geen schoolcampus.
Gelukkig weet ik me getroost door het feit dat schoolspullen niet zo heel graag bij mijn pubers blijven. Net zoals eastpack’s, mobiele telefoons, nog in te leveren werkstukken, sportspullen, portemonnees en briefjes van school (voor ons ouders). Alles kan zo maar, opeens, weg zijn.
Tweede ronde, nieuwe kansen!

bruggers van nu

Een rondje pre-bruggers leert me dat het schoolleven verandert is. Boeken? Wel nee, alleen een laptop. Daar staat alles op. Ook mijn rooster. Huiswerk? Dat hebben we op die school niet. Dat maken we op school. Ook op de laptop.
Puber 2 weet nog van zijn teleurstelling; zijn Fokke en Sukke agenda bleek niet toegestaan. School zelf regelt een saaie, vast door een naïeve, zogenaamde creatieve meisjes-moeder samengestelde agenda. Zacht blauw, zacht roze en hier en daar een versiering met bloemetjes en wollige stripfiguurtjes. Desastreus natuurlijk, voor een brugger die graag stoer zijn nieuwe schoolcarrière wil starten.
Ook niet meer van deze tijd: de overvolle boekentas waarin je de spaanplaten-tekendoos meteen plet: zo’n lucifer-houtjes doos hield natuurlijk nooit de pubergedrevenheid om álles, en dan ook echt álles, in de verplichte leren tas met twee voorvakken te proppen.
Bruggers van nu weten dat ze alleen de boeken voor de lessen van de eerste dag mee moeten nemen. Dat hebben ze geleerd tijdens de introductiedagen. Net zoals het geblinddoekt kunnen lopen door de nieuwe school met haar eigen gangen- en trappenstelsel.
Niets meer van terug te vinden, de eerste nieuwe-school-dagenstress met die veel te volle boekentas die je in totale paniek door onbekende gangen zeult. De bruggers van nu weten niet wat ze missen!

onafhankelijk

Twee meisjes van een jaar of 17 slepen tassen vol met schoolcampusartikelen het perron van Amsterdam CS over. Uit de tassen steken rollen kaftpapier, stille getuigen dat het bijna gebeurt is met de vakantie. Ombeurten kijken ze nog even in elkaars tas om de nieuw verworven schriften, pennen, gummetjes en geo driehoeken nog eens te bekijken. De twijfel slaat bij één van hen toe als ze nog een keer naar haar schriften kijkt; ‘was het nou wel verstandig om te investeren in de roze bloemetjes motieven? Gek eigenlijk, dat er geen penetui in de zelfde stijl te koop is. Toch een bewijs dat er verkeerd gegokt is?’
De vriendin ziet het minder somber in; die etui’s waren vast uitverkocht omdat het zo’n succes is. Dat is toch altijd zo met populaire producten? De rust daalt weer neer op het bankje.
Om heel snel plaats te maken voor een nieuw – onrustig – thema: de schoolboeken!
‘ik hoop dat ze er een beetje rekening mee houden dat die boeken ook gekaft moeten worden’, begint één van de twee. ‘Je weet wel, van die slappe kaften, die zijn zo lastig om te doen. Mijn moeder kaft die altijd, maar ik heb er een hekel aan om afhankelijk te zijn’.

u nadert een kruispunt

‘U nadert een belangrijk kruispunt. Eigenlijk zou je als ouders van een aankomende brugpieper zo’n waarschuwing moeten krijgen. Want een kruispunt is het, die eerste stap naar het voortgezet onderwijs. Geen tussen-de-middag-boterham meer, geen vrijdagmiddag-toneel-uitvoering.
Ook geen regelmaat meer, want hoe scholen hun best ook doen, soms vallen er lessen uit. Zijn ze eerder thuis of, nog beter, kunnen ze een uurtje later beginnen.
Je leven verandert totaal vanaf de dag dat ze bepakt en bezakt met álle boeken, schriften, tekendozen, pennen en linialen naar school fietsen.

Dit zijn dan alleen nog de praktische zaken; over de hormonenbuien die je als ouders over je heen uitgestort krijgt heb ik het dan nog niet eens gehad. ‘Het lijkt wel een virus; hij heeft nog nooit van die buien gehad en na 3 weken brugklas … bingo!’ En wat dacht je van haar fiets die de eerste week fietsenrek nog maar nauwelijks heeft overleefd? Een zielig bungelende lamp is het bewijs dat het stalen ros ooit compleet is afgeleverd.

kort haar

‘Mamma, je moet niet schrikken als je me straks ziet’. Aan de telefoon is puber 2. Op mijn vraag waarom ik niet moet schrikken zie ik Beurs-steun-en-toeverlaat glimlachen. ‘Ik heb mijn haar gedaan en het is heel kort. De moeder van een vriendje heeft geholpen.’ Met deze informatie moet ik het nog even doen. ‘Ik heb hem al gezien, en herkende hem meteen’, is de niet helemaal geruststellende boodschap die ik na dit telefoongesprek krijg.
De schrik is des te groter als het moment daar is; mijn puber staat met een ‘chemocoupe’ voor me. Weg zijn de prachtige rode lokken waar ik altijd zo trots op was. Weg is het laatste beetje ‘babyface’. Ook met dit kind ben ik, voor eens en voor altijd, terecht gekomen in de tijd die puberteit heet.
Als hij met puberale onzekerheid voor me staat wordt ik overvallen door een déjà vu; mijn moeder die ernstig ziek is en waarvan ik het haar helemaal kort knip voordat een chemokuur dit oneervolle karweitje voor haar zal klaren. Het blijkt dat hij, na de euforie en de lol met vriendjes waarmee hij deze actie heeft uitgevoerd, deze emotie heeft voorzien. Vandaar het telefoontje. Om zichzelf én mij te sparen.

puberteit vs overgang

‘Vrouwen krijgen steeds later kinderen. De leeftijd van barende vrouwen is de laatste jaren flink opgeschoven; van gemiddeld 24 jaar in 1970, tegenwoordig hangt het rondom het 30ste levensjaar’.

Met enige verbazing leest Puber 1 deze informatie voor. Als er vanuit twee kanten bevestigend geknikt wordt is het heel even stil. Er wordt nagedacht.
Enig rekenwerk blijkt de volgende conclusie te hebben opgeleverd.

‘Als ouders steeds ouder worden met het krijgen van kinderen, dan heb je ook meer kans dat de overgang van vrouwen en de midlifecrisis van mannen samen met de pubertijd van de kinderen valt’. Dat dit in de ogen van een puber meer voordelen dan nadelen met zich meebrengt blijkt wel uit de samenvatting.

‘dan moeten wij het hier nog eens hebben over de manier waarop we met onze hormonen omgaan. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat dan alles alleen maar aan mij ligt, met mijn puberhormonen.’
Als de aanval nog directer wordt geopend met de vraag ‘zeg mam, hoe zit het nou met jouw hormonen? Kan ik niet meer dan stamelen ‘dat we het daar nog wel eens over hebben’. ‘Flauw, is het commentaar, we hebben het toch ook over de mijne? Eigenlijk zijn we collega’s.’