Posts tonen met het label mamma weet alles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mamma weet alles. Alle posts tonen

woensdag 8 september 2010

kleedgeldstress

‘Ik heb niks, helemaal niks om aan te trekken’. Gemompel en wat krachttermen dwarrelen over de overloop. Hier wordt de les ‘ga verstandig met je kleedgeld om’ geleerd. En die les bevalt mijn moederhart helemaal niet. Het ach en wee en ‘vanmiddag kopen we wel even iets leuks’ gaan de strijd aan met een ‘tja, dit zul je moeten leren’.
Hardvochtig vind ik mezelf als een puber ten einde raad halverwege de trap staat en zich afvraagt ‘wat er met dit overhemd gebeurt is’. Het rukken aan de zoom levert niet de gewenste extra centimeters op.
Er is niets met het gewraakte overhemd gebeurt; puber zelf is deze zomer gegroeid!

Een kwartier later loopt een ongelukkige puber de huiskamer binnen: werkelijk álles blijkt minimaal 5 centimeter te zijn gekrompen. Tegen deze groei is zijn kledingbudget niet bestand.

‘Weet je wat het allerergste is’, verzucht puber uiteindelijk. ‘Het allerergste is dat ik mijn pincode vergeten ben. Nieuwe kleren kopen zit er dus even niet in want een nieuwe code aanvragen kost een week’.

Tegen een redelijke puber is mijn moederhart niet bestand; nog voor ik er erg in heb hoor ik mezelf zeggen ‘weet je wat, vanmiddag gaan we samen kijken’.

dinsdag 13 april 2010

Pubers zijn net als water; ze zoeken het laagste punt

Voor veel gemeenten was toestemming zeer welkom geweest: het verleggen van leeftijdsgrens voor het drinken van alcohol. Menig onderzoek heeft inmiddels bewezen dat een dergelijke grensverlegging veel hersenschade kan voorkomen.

Eén van de redenen dat deze wijziging er niet doorgekomen is, is het feit dat men wil dat eerst het huidige beleid gehandhaafd gaat worden. Naar mijn mening maakt het niet zo heel veel uit: 16 of 18 jarigen controleren.

Voor mij, als moeder van een 15 & 18 jarige, was deze wetswijziging welkom geweest. Nu is de regel bij ons in huis de wettelijke leeftijd: 16 jaar. Langer is ook niet houdbaar in onze omgeving waar drank een (te) groot deel uitmaakt van het uitgaansplezier en sociale verkeer. En daar is de horeca vaak niet eens de grote boosdoener in; veelal wordt er voorgedronken bij ouders! Terecht stelt de Volkskrant dat ouders toleranter worden als het gaat om alcoholgebruik en - misbruik van hun pubers.

Zo heb ik vorige week mijn eigen kind & 2 van zijn vrienden de wacht aan moeten zeggen: sterke drank (whisky) wordt bij ons niet per fles gedronken. Sterker nog: dat wordt bij ons helemaal niet gedronken. Zeker niet 'zomaar' even tussen door. Dat is een bekende regel, en wat Klink en consorten ook zeggen: deze regel blijft staan.
Waar de heren mee schermden? De wet! ’Ik mag sterke drank drinken, want ik ben 18’.

Misschien is het verleggen van de grens méér dan alleen een controleerbaar feitje. Het is ook rugdekking en ondersteuning voor ouders om zich staande te houden in een alcoholdiscussie waarin (nog) niet alle ouders het belang van terughoudendheid inzien. Want ja, in gesprekken met ouders is dat wat me nog het meeste steekt 'ach ja, wij zijn ook jong geweest he'. En nog zo’n mooie: ‘als jij het ze niet geeft, dan halen ze het bij een ander’.

En zo merk je dat pubers net als water zijn; ze zoeken het laagste punt op. Dat ze graag bij je komen betekent niet altijd het compliment dat ze ook graag bij je zijn.
Enige hulp van de overheid kan ik hier wél goed in gebruiken: zij stellen de regel, ik controleer en handhaaf in eigen huis en tuin.

It takes a village to raise a child!

maandag 14 september 2009

klinkt als gezonde puber

Alles is relatief; terwijl bij ons thuis nog steeds de alcohol--drugs-huiswerk-niet-doen-discussie up to date is, is een gezin nog geen 100 verder kilometer landinwaarts druk doende om duidelijk te maken dat het helemaal niet gek is dat een 13-jarige alleen over de wereld wil zwerven.
Terwijl we als ouders bijna allemaal wel eens verzucht hebben dat het bést lekker zou zijn, als ze je puber eens een tijdje elders ging wonen, staan we nu zo ongeveer enmasse achter de kinderbescherming. Want eigenlijk kan het niet, zo alleen in een bootje als je dertien bent. Duidelijke, emotionele en soms zelfs irreële overwegingen buitelen over elkaar in de media. Maar, we gaan deze discussie hier niet nog eens dunnetjes over doen, haal gerust even opgelucht adem.
Het enorm grote verschil in pubers, dat houdt me wél bezig; is de ene puber bijna niet vooruit te branden en hangt passieloos onderuit op de bank, komt de andere puber in aanraking met de rechterlijke macht omdat ze juist wél een passie heeft en niet van plan is zich te schikken in het één of andere systeem! Dit laatste stelt me wel gerust: dat klinkt weer als een echte, gezonde puber!

bruggers van nu

Een rondje pre-bruggers leert me dat het schoolleven verandert is. Boeken? Wel nee, alleen een laptop. Daar staat alles op. Ook mijn rooster. Huiswerk? Dat hebben we op die school niet. Dat maken we op school. Ook op de laptop.
Puber 2 weet nog van zijn teleurstelling; zijn Fokke en Sukke agenda bleek niet toegestaan. School zelf regelt een saaie, vast door een naïeve, zogenaamde creatieve meisjes-moeder samengestelde agenda. Zacht blauw, zacht roze en hier en daar een versiering met bloemetjes en wollige stripfiguurtjes. Desastreus natuurlijk, voor een brugger die graag stoer zijn nieuwe schoolcarrière wil starten.
Ook niet meer van deze tijd: de overvolle boekentas waarin je de spaanplaten-tekendoos meteen plet: zo’n lucifer-houtjes doos hield natuurlijk nooit de pubergedrevenheid om álles, en dan ook echt álles, in de verplichte leren tas met twee voorvakken te proppen.
Bruggers van nu weten dat ze alleen de boeken voor de lessen van de eerste dag mee moeten nemen. Dat hebben ze geleerd tijdens de introductiedagen. Net zoals het geblinddoekt kunnen lopen door de nieuwe school met haar eigen gangen- en trappenstelsel.
Niets meer van terug te vinden, de eerste nieuwe-school-dagenstress met die veel te volle boekentas die je in totale paniek door onbekende gangen zeult. De bruggers van nu weten niet wat ze missen!

onafhankelijk

Twee meisjes van een jaar of 17 slepen tassen vol met schoolcampusartikelen het perron van Amsterdam CS over. Uit de tassen steken rollen kaftpapier, stille getuigen dat het bijna gebeurt is met de vakantie. Ombeurten kijken ze nog even in elkaars tas om de nieuw verworven schriften, pennen, gummetjes en geo driehoeken nog eens te bekijken. De twijfel slaat bij één van hen toe als ze nog een keer naar haar schriften kijkt; ‘was het nou wel verstandig om te investeren in de roze bloemetjes motieven? Gek eigenlijk, dat er geen penetui in de zelfde stijl te koop is. Toch een bewijs dat er verkeerd gegokt is?’
De vriendin ziet het minder somber in; die etui’s waren vast uitverkocht omdat het zo’n succes is. Dat is toch altijd zo met populaire producten? De rust daalt weer neer op het bankje.
Om heel snel plaats te maken voor een nieuw – onrustig – thema: de schoolboeken!
‘ik hoop dat ze er een beetje rekening mee houden dat die boeken ook gekaft moeten worden’, begint één van de twee. ‘Je weet wel, van die slappe kaften, die zijn zo lastig om te doen. Mijn moeder kaft die altijd, maar ik heb er een hekel aan om afhankelijk te zijn’.

u nadert een kruispunt

‘U nadert een belangrijk kruispunt. Eigenlijk zou je als ouders van een aankomende brugpieper zo’n waarschuwing moeten krijgen. Want een kruispunt is het, die eerste stap naar het voortgezet onderwijs. Geen tussen-de-middag-boterham meer, geen vrijdagmiddag-toneel-uitvoering.
Ook geen regelmaat meer, want hoe scholen hun best ook doen, soms vallen er lessen uit. Zijn ze eerder thuis of, nog beter, kunnen ze een uurtje later beginnen.
Je leven verandert totaal vanaf de dag dat ze bepakt en bezakt met álle boeken, schriften, tekendozen, pennen en linialen naar school fietsen.

Dit zijn dan alleen nog de praktische zaken; over de hormonenbuien die je als ouders over je heen uitgestort krijgt heb ik het dan nog niet eens gehad. ‘Het lijkt wel een virus; hij heeft nog nooit van die buien gehad en na 3 weken brugklas … bingo!’ En wat dacht je van haar fiets die de eerste week fietsenrek nog maar nauwelijks heeft overleefd? Een zielig bungelende lamp is het bewijs dat het stalen ros ooit compleet is afgeleverd.

kort haar

‘Mamma, je moet niet schrikken als je me straks ziet’. Aan de telefoon is puber 2. Op mijn vraag waarom ik niet moet schrikken zie ik Beurs-steun-en-toeverlaat glimlachen. ‘Ik heb mijn haar gedaan en het is heel kort. De moeder van een vriendje heeft geholpen.’ Met deze informatie moet ik het nog even doen. ‘Ik heb hem al gezien, en herkende hem meteen’, is de niet helemaal geruststellende boodschap die ik na dit telefoongesprek krijg.
De schrik is des te groter als het moment daar is; mijn puber staat met een ‘chemocoupe’ voor me. Weg zijn de prachtige rode lokken waar ik altijd zo trots op was. Weg is het laatste beetje ‘babyface’. Ook met dit kind ben ik, voor eens en voor altijd, terecht gekomen in de tijd die puberteit heet.
Als hij met puberale onzekerheid voor me staat wordt ik overvallen door een déjà vu; mijn moeder die ernstig ziek is en waarvan ik het haar helemaal kort knip voordat een chemokuur dit oneervolle karweitje voor haar zal klaren. Het blijkt dat hij, na de euforie en de lol met vriendjes waarmee hij deze actie heeft uitgevoerd, deze emotie heeft voorzien. Vandaar het telefoontje. Om zichzelf én mij te sparen.

puberteit vs overgang

‘Vrouwen krijgen steeds later kinderen. De leeftijd van barende vrouwen is de laatste jaren flink opgeschoven; van gemiddeld 24 jaar in 1970, tegenwoordig hangt het rondom het 30ste levensjaar’.

Met enige verbazing leest Puber 1 deze informatie voor. Als er vanuit twee kanten bevestigend geknikt wordt is het heel even stil. Er wordt nagedacht.
Enig rekenwerk blijkt de volgende conclusie te hebben opgeleverd.

‘Als ouders steeds ouder worden met het krijgen van kinderen, dan heb je ook meer kans dat de overgang van vrouwen en de midlifecrisis van mannen samen met de pubertijd van de kinderen valt’. Dat dit in de ogen van een puber meer voordelen dan nadelen met zich meebrengt blijkt wel uit de samenvatting.

‘dan moeten wij het hier nog eens hebben over de manier waarop we met onze hormonen omgaan. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat dan alles alleen maar aan mij ligt, met mijn puberhormonen.’
Als de aanval nog directer wordt geopend met de vraag ‘zeg mam, hoe zit het nou met jouw hormonen? Kan ik niet meer dan stamelen ‘dat we het daar nog wel eens over hebben’. ‘Flauw, is het commentaar, we hebben het toch ook over de mijne? Eigenlijk zijn we collega’s.’

tolerantie

Het gaat goed, met ons Nederlanders. We zijn gelukkig, vooral met ons zelf en we zijn ook te spreken over de kinderen, onze eigen kinderen wel te verstaan. Onderzoeken bevestigen dit. Het is wetenschappelijk verantwoord om te melden: u bent gelukkig. Ondanks de crisis.
Mensen om ons heen werken niet mee aan ons geluk; we ergeren ons aan de grofheid, de afname van de tolerantie en het verbale geweld.
Ook over de kinderen van anderen zijn we niet spreken; niet goed opgevoed en veel te brutaal.
Grappig eigenlijk; die uitkomsten gaan over u en mij: die ánder heeft het immers over ons als deze in onderzoeken klaagt over te weinig tolerantie, teveel grofheid en de onopgevoede kinderen. Die brutale, onaangepaste pubers zijn natuurlijk van u. En van mij. Laat ik niet flauw doen.
Als wij - de respectloze, ‘in bezit zijnde’ van die nóg brutalere pubers - ons nu eens niets aantrokken van die onderzoeken. Als we dan met elkaar, als brutale en onaangepaste Nederlanders onder elkaar, ons nou eens vréselijk gingen misdragen; elkaar gedag zeggen in het voorbijgaan op straat bijvoorbeeld. Zouden ze schrikken, die klagers? Ons betichten van brutaal gedrag? Het lijkt me het onderzoeken waard!

mijn pubers zijn dól op school

Mijn pubers zijn dól op school. Dat is dan ook vast de reden dat ze allebei besloten hebben om er een extra jaartje aan te plakken. Je hoeft er niet zo heel veel voor te doen, voor zo’n extra jaar. Zoals je dat zo mooi kunt zeggen: loon naar werken.

Als ik de dames en heren uit de puberhersen-wetenschap mag geloven gaan er nogal wat ervaringen en jaren overheen voordat een mens het principe van oorzaak en gevolg inziet én kan toepassen.
In al onze ouderlijke onschuld hebben we besloten, dat we onze pubers deze les gunnen; ‘aan de lijve’ leren dat inzet iets oplevert. Met meteen de andere kant van de medaille: dat géén inzet ook iets oplevert. Geen dreigementen maar boter bij de vis. En ik moet zeggen: dat kost energie. Makkelijker is het om de controle terug te pakken en er boven op te zitten. Blijven zitten is slecht verkoopbaar in een maatschappij waar alles voorwaarts, beter, groter, sneller en effectiever moet. Gelukkig hebben we een crisis die ons laat zien dat dit laatste ook het antwoord niet is.

rokend vooroordeel

Opvoeden is regelmatig een confrontatie met je eigen vooroordelen. Tenminste, dat is mijn persoonlijke ervaring. Mijn eigen denkbeelden kleuren de wijze waarop ik ‘mijn’ pubers tegemoet treedt, nogal. Dit beperkt meteen de mate waarin je open met elkaar kunt praten. Een pijnlijke ervaring. Behalve dat mamma niet alles weet, moet mamma ook nog veel leren!

Maanden hebben puber en ik een rondedans om elkaar heen gedaan. Over roken.
Op mijn, niet al te uitnodigend gestelde vraag ‘róók jij??!!’, is steevast het antwoord: ‘nee’. Zelfs nadat we elkaar in het verkeer zijn tegen gekomen; hij als fietser en ik als automobilist. Een fietser die zijn pakje sigaretten verliest blijkt zo maar mijn zoon te zijn! Het pakje is natuurlijk voor een vriend bestemd.
Als overtuigde anti-rookster wil ik deze antwoorden gráág horen. Want ook over rokers heb ik zo mijn vooroordelen. Rokers dat zijn namelijk stinkende, domme, asociale nicotinebommetjes.

We zijn uiteindelijk een beetje moe geworden, van al dat gedans om elkaar heen. Het gevoel hebben dat je moet jokken vanwege het continue gepreek van je moeder over sigaretten en de dodelijke werking hiervan, is voor een puber best vermoeiend. Het zorgt er ook voor dat je haar gaat ontwijken. Wat weer slecht is voor de relatie.

Het gevoel hebben dat je als moeder gefaald hebt met je opvoeding – en wat zullen al die mensen nu wel niet zeggen – maakt niet blij. Is het eerlijk om je kinderen af te rekenen op vooroordelen die je eigenlijk nergens op kunt staven? En laten we eerlijk zijn: niet alle rokers zijn dom. En onder de rokers die ik persoonlijk ken zitten, bij nader inzien, weinig asociale types. Integendeel zelfs.

Bij deze beken ik dan ook, in het openbaar: mijn puber rookt. Ik hoop op recreatief niveau. Ik ben het beu om hem steeds in de problemen te brengen met mijn ondervragingen en stiekem gesnuffel naar nicotinedampen. Leuk vind ik het niet. Trots ben ik er niet op. En ja, ik blijf me afvragen waar ik gefaald heb.
Ter geruststelling: zoals alle moeders die ontdekken dat hun kind iets doet wat ze zelf afwijzen, blijf ik van hem houden.

leermomentje

We wonen op een druk punt waar sport, winkels en bestemmingsverkeer elkaar ontmoeten.
Mocht u het woord ‘ontmoeten’ als leuk, hoopvol en feestelijk ervaren, dan moet ik u dit keer helaas teleurstellen. Ontmoeten is in dit geval: haast, irritatie, overtredingen. Gevaar zelfs.

Met ‘mijn pubers’ sta ik regelmatig te kijken naar volwassenen die bewust tegen het verkeer in rijden; de rij lijkt te lang en het wachten wordt verkort door met razende vaart over de verkeerde weghelft een zijstraat in te schieten. Natuurlijk moet zo’n moment opgewaardeerd worden naar ‘leermoment’ en ik hoor mezelf ook deze keer een opvoedkundig praatje inzetten als ik door een luid gejoel onderbroken wordt.

‘Ja, dat is ‘m! Dat is ‘m echt! Die daar, zie je ‘m! Dat is die vent die ons pas geleden vertelde dat we niet meer mogen fietsen over de stoep.
Echt, moet je nou kijken. Hij staat vast. Hij is klemgereden door mensen die uit de andere straat komen. Kijk nou.’ Het leedvermaak over deze weggebruiker in het nauw druipt er van af.

‘zo, is het commentaar, als die man ooit nog eens durft te vertellen dat ik met mijn fiets niet meer over de stoep voor z’n huis mag rijden, dan vertel ik ‘m dat ik dit gezien heb!’
Op mijn vraag of je overtreding met overtreding mag vergelden krijg ik een heldere boodschap: nee, dat mag niet. Maar met twee maten meten én je dan als vólwassene zo onvolwassen in het verkeer gedragen, dat gaat er bij deze pubers niet in. Er volgt nog een berg aan voorbeelden; trainers, coaches, ouders van vrienden, docenten en ook ik moeten er aan geloven; wil je door een puber voor ‘vol’ worden aangezien, dan zul je je daar ook naar moeten gedragen.
Dit is met recht een leermoment. Voor mij.

hangjongeren

De zon breekt zo af en toe moedig door de grijze winterwolkenmassa. De lente is aantocht, de bollen komen langzaam uit hun winterslaap. En met het tevoorschijn komen van de sneeuwklokjes en krokussen, komen ook onze hangjongeren weer te voorschijn. Met elkaar gezellig hangen over het stuur van een fiets of een brommer, het verboden sigaretje rokend, om daarna een slechte adem weg te spoelen met energie drankjes. En dat hangen doe je natuurlijk gráág op plekken waar wat te beleven valt. Tussen de mensen.
Als het even kan staan ze met z’n allen als een donkere kluwen, een aantal met een capuchon dicht over de ogen getrokken. Niet om zich te beschermen tegen de kou maar omdat het mode is. Is cool hier nog het juist woord voor?

Hangjongeren zijn een gespreksonderwerp. Zo’n groot gespreksonderwerp binnen onze gemeente, dat er zelfs iemand is aangenomen om deze hangjongeren om te toveren van hangjongeren in gespreksjongeren. Ik vraag me af of hier vooraf met deze hangjongeren een gesprek over is geweest. Maar dit terzijde.

Elk jaar, als wij op vakantie gaan en op een mediterraan pleintje genieten van de ondergaande zon, vallen mij de hangmensen op; jongeren en ouderen, vaak voorzien van een eveneens mediterraan brommertje, staan, zitten of hangen genoeglijk met elkaar op een plein.
Sommigen trappen een balletje, sommige doen een spelletje jeu de boules. Er zijn er ook die helemaal niets doen, niets anders dan een beetje keuvelen. Waarschijnlijk over het weer of de plaatselijke politiek. Maar misschien ook wel over de laagvliegende Hollandse vakantiegangers die het maar niet lijken te leren, het genieten van de avondzon, zo met elkaar.
Zou het helpen, om onze plaatselijke hangjongeren te zien als een voorbode van de lente en het ultieme vakantiegevoel?

En zouden we dan misschien, lieve hangjongeren, een beetje van jullie mogen leren? Beetje met elkaar praten over het weer, misschien de plaatselijke politiek. Gezellig aan het eind van een schooldag, in het zonnetje hangend over een fietsstuur.
Laten we maar beginnen met elkaar eerst voorzichtig ‘goedemiddag’ te wensen, wellicht komt het er dan wel van, aan het eind van de zomer.
Willen jullie dan beginnen? Wij volwassenen schijnen het eng te vinden, hangen, met elkaar praten, beetje niks doen.