Posts tonen met het label brugklas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brugklas. Alle posts tonen

zondag 25 september 2011

Dat doet mijn zoon niet!


Nog steeds wat beduusd vertelt een moeder wat haar pas geleden is overkomen.
Met in haar achterhoofd de slogan ‘je hebt elkaar nodig om een puber op te voeden’, heeft ze na lang wikken en wegen toch de telefoon gepakt om de moeder van een klasgenootje van haar puberzoon te bellen. Dat bellen was trouwens al een hele toer: de klassenlijst met namen en adressen bleek goed te zijn opgeborgen. héél goed, zeg maar. Met een stille boodschap: jij blijft uit mijn leven op school!

Vorige week heeft puber-lief gespijbeld. Op school zijn ze er (nog) niet achter gekomen, maar zij weet wel beter. Ze vindt dat de ouders van de andere spijbelaar ook op de hoogte moeten zijn.

Na het standaard voorstel rondje (bent u de moeder van ..., ik ben de moeder van ...) valt ze met de deur in huis: Mijn zoon heeft vorige week gespijbeld. Een hele middag heeft hij thuis op de bank al chips etend en cola drinkend dvd-tjes zitten kijken. En (lachend:) daarbij is hij geholpen door uw zoon. Verbaasd is ze van de reactie aan de andere kant van de lijn: dat doet mijn zoon niet. Mijn zoon helpt nooit ergens mee!

zondag 26 juni 2011

durf jij?


Op 16 maart van dit jaar hebben de Burgemeesters van 26 gemeenten, waaronder de Burgemeester van onze gemeente, een convenant ondertekend over het terugdringen van alcohol- en druggebruik. En dit convenant is niet opgesteld omdat ze zich zaten te vervelen en daarom Ivo Opstelten maar eens op de koffie nodigden.
Welnee, dat convenant is opgesteld omdat wij als ouders te lui, te kortzichtig en te grote sukkels zijn om een duidelijk ‘nee’ te laten horen als het gaat om alcohol & druggebruik.

Dat convenant is er dus niet voor de lol of uit gemakzucht, maar uit bittere noodzaak: de aantallen coma zuipende pubers, de aantal harddrugsgebruikers en de aantal hulpvragers lopen, ook in onze gemeente, zó in de gaten dat er niets anders opzit dan actie.

Ik wil je daarom maar eens uitdagen: als er vanuit de overheid de noodklok geluid wordt over alcohol en druggebruik – en ik bedoel met dat laatste dus óók cocaïnegebruik door bijvoorbeeld 16 jarigen - waar blijven wij dan als ouders???
Dit convenant, deze zorgelijke zaken, gaat over de gezondheid van jouw en mijn kinderen! Kom op, wat gaan wij doen, als ouders? Discussieer mee: http://mammaweetalles.blogspot.com.

dinsdag 31 mei 2011

Boos!


En toen was hij boos. En liep het huis uit.

Het begon allemaal zo simpel: hij had – naar eigen zeggen heel vriendelijk – gevraagd wanneer er eindelijk gegeten zou worden. En ja, hij wilde graag een programma op de televisie kijken. En dat begon dus toen er geroepen werd. En wat werd er geroepen? Corvee! Nou nog mooier: niet op tijd je eten krijgen en dan wél gevraagd worden om schoon te maken. Hij vond het belachelijk.

En tja, twee van die pissige volwassene voor je, dan is het eerste waar je aan denkt … ‘Hij vroeg of we allebei ongesteld waren, vandaag’. Olie op het vuur. Hij moest lachen om de boze gezichten. Dat werd weer vertaald in uitlachen. En met de woorden ‘flikker dan maar op’, dacht ie: ‘nou, dan kan ik dat programma afzien’. En hij ging.

Ouders in de stress; waren we dan toch te streng? Maar je in je gezicht uit laten lachen, dat kun je ook niet zomaar laten gebeuren. De – late – avondmaaltijd wordt in stilte genuttigd. Er wordt steeds gekeken naar de mobiele telefoon. Geen bericht. Geen telefoontje. Twee van die ouderfiguren die zich schuldig voelen, een puber die heel rustig zijn programma kijkt. Puberteit. Wereld van uitersten.

dinsdag 17 mei 2011

Loslaten is OK, maar niet als ze op schoolreis gaan


Loslaten wordt regelmatig in onderzoeken onder ouders als een lastig puntje aangeven. En dan niet omdat pubers de vrijheid niet aankunnen. Welnee: ouders kunnen hun kinderen niet loslaten! Foei en schande heb ik er van gesproken. Een puber moet zich toch kunnen ontwikkelen tot een zelfstandige volwassene?
Nou dan!
De wijde wereld in!
Ontdekken!

Totdat … vorige week vrijdag. Schoolreis. Tot aan dat moment is er nog niets aan de hand. Nog nooit heb ik met tranen in mijn ogen één van mijn kinderen uit staan zwaaien. Wel nee. ‘Veel plezier, goede reis en geen bericht is goed bericht’.

Het feit dat er tussen het uitzwaaien en de plek van bestemming ‘slechts’ 1574,2 km zit, maakt dat al mijn moederkloekgevoelens opborrelen. Gedachten als ‘die weg, met die bocht waar vorig jaar bussen uit gevlogen zijn, da’s toch de afrit bij Barcelona?’ en eentje van minder zorg: ‘als zijn tentje nou eens lekt?’, schieten door mijn hoofd.
Daar komen ze: de waterlanders. Ik lach nog maar eens flink, speel wat met de honden die - op verzoek van de wereldreiziger mee zijn gegaan bij het uitzwaaien.

In de bus zit een blij zwaaiende puber 2 die alleen maar zin heeft in een busreis van ik-weet-niet-hoeveel-uur, een week met vrienden en klasgenoten en vooral: even weg bij die kloekende moeder.

Drie dagen blijft het stil; geen smsbericht, geen telefoon. Geen bericht is goed bericht blijft als mantra door mijn hoofd dreunen.

Maar, zojuist ontving ik een mailtje. De tekst is zo kort als een sms: hai mam, ik leef nog en t is leuk hier. En nog iets over regen.
Vrijdag zijn ze weer terug.

dinsdag 10 mei 2011

de dag van het gezin


Zondag 15 mei is het de internationale dag van het gezin.
Alwéér zo'n 'dag van ...'


Jarenlang is het gezin ‘de hoeksteen van de samenleving geweest’. En dan vooral uit de gedachte dat een gezin standaard bestaat uit een vader, een moeder en kinderen. Naar gelang de acceptatie van voorbehoedsmiddelen is dan dat laatste onderdeel van het gezin, die kinderen, in aantal flink geminderd. Het gezin heeft als instituut ook een ontwikkeling doorgemaakt; eigenlijk kun je niet meer standaard uitgaan van het plaatje ‘mannetje-vrouwtje-kindje.

Kinderen groeien tegenwoordig op met ouders van het zelfde geslacht, met alleenstaande ouders, in samengestelde gezinnen of in pleeggezinnen. Allemaal variabelen die door de eeuwen al in meer of mindere mate aanwezig waren, maar tegenwoordig openlijk én (redelijk) geaccepteerd.

Gezin ben je niet zomaar. ‘Gezin-zijn’ is eigenlijk een werkwoord; je moet de relatie die je met elkaar hebt aandacht geven, interesse in elkaar hebben. En dat kost tijd. Bákken met tijd. We leven in een tijdsgewricht waarin veel te koop is. Als ouders zetten we alles op alles om onze kinderen te gven wat ze nodig hebben en het liefst geven we ze nóg meer.

Het opgroeien in een gezin waar ‘gezin-zijn’ een werkwoord is, dat onbetaalbaar en misschien niet de hoeksteen van de samenleving, maar wel de noodzakelijke basis van volwassen worden!

Een groot onderzoek in Nieuw Zeeland heeft ouders met de neus op de feiten gedrukt: kinderen hebben hierin aangegeven dat ze meer dan ooit behoefte hebben aan aandacht en intersse van hun ouders. Dat ze gráág samen met hen dingen ondernemen en beleven.
Het idee dat kinderen, als ze de puberteit bereikt hebben, de voorkeur geven aan een eigen leven wordt met dit onderzoek even op scherp gezet.

Natuurlijk willen kinderen, naarmate ze ouder worden, meer privacy en meer op eigen benen staan. Dat is een logische en gezonde ontwikkeling. Maar diezelfde kinderen willen ook ontdekken en groeien in de wetenschap dat ze dit doen vanuit een veilige basis waarin ze gewaardeerd worden en bevestigd in het gevoel ‘dat ze er mogen zijn’. Zelfbeeld heet niet voor niets ‘zelfbeeld’; het is een weergave wat een ander van je geeft, het beeld wat je krijgt.

Aan ons ouders de oproep om van ‘gezin-zijn’ een werkwoord te maken, om op onderzoek te gaan naar wat je als gezin werkelijk bindt. Om die veilige basis te voeden. En misschien zijn het dan niet alleen kinderen die hier voordeel van hebben; misschien is dat gezin, voor iedereen op een andere manier samengesteld, ook wel dé veilige plek voor volwassenen!

En ja, 'weer zo'n dag van ...'. Gelukkig kun je er de rest van het jaar volop mee aan het werk!

woensdag 4 mei 2011

vakantiegeld


Het vakantiegeld van pa en ma is in aantocht – nog een maandje wachten en dan is het zover.

Naast dit heugelijke feit komt er ook een probleempje bij: wie gaat er – en waarheen – mee op vakantie. En met de grote, nee, met de énorme behoefte van ouders om hun 16+ grut ‘nog één keertje’ mee op vakantie te kunnen nemen, hebben diezelfde pubers een dijk van een onderhandelingspositie!

Zelf zouden ze kiezen voor een bierkratten-vakantie op een weiland in de waddenzee of, doe maar dol, een instant busreis naar een bier- en shotjesoord met doorgezakte bedden in een torenflat aan de middellandse zee. Ouders daarentegen, komen met aanbiedingen van reizen waar een half jaarsalaris mee gemoeid is! Een photoshoot-safari in Zuid Afrika, een stapvoets reis op een olifant met ingebouwde tent door de jungle of een avonturenreis door één of ander subtropisch hard houten bomenreservaat.

Kort samengevat: de behoefte van de doelgroep ligt iets anders dan het omkoopaanbod van de liefhebbende ouders. Heel zachtjes roep ik dan: reisbranche: hier liggen kansen!

Ik weet in ieder geval dat ik het dit jaar écht niet ga redden met een tentenkamp tussen loslopende, wilde koeien drie dorpen verderop.

dinsdag 22 februari 2011

Wie durft?

Mocht je denken dat alleen alcohol slecht is voor het brein van je puber, dan moet ik je helaas teleurstellen: na alle waarschuwingen dat hersenen óók zonder dronkenschap kapot gaan van alcohol, is sinds deze week de volgende waarschuwing hier aan toegevoegd: ook van nicotine, genuttigd voor de zestiende verjaardag, gaan hersencellen met een enkele reis de oneindigheid in.

Een beetje slimme ouder weet dat alcohol en nicotine vaak samengaan, dus tel uit je winst; je kind werkt er, in sneltreinvaart, al die breinmassa in zijn of haar bovenkamer doorheen. En als het een beetje tegenzit nog vóór het eindexamen.
De wetenschap laat ons de laatste jaren luid en duidelijk weten dat onze kinderen naar de verdommenis dreigen te gaan als we niet ingrijpen rondom het gebruik van genotmiddelen. Maar wanneer gaan we luisteren?

Waar begint de trend dat we gezamenlijk kinderen onder de 16 écht geen druppel alcohol laten drinken? Wie staat op om te zorgen dat de sigaretten niet of in ieder geval lastig te kopen zijn voor kinderen van min zestien? Domweg omdat het ongezond én onverstandig is? Geen voorlichtingscampagne kan op tegen ouders die de handen in één slaan en ook op dit thema hun verantwoordelijkheid nemen.

Wie durft?

donderdag 13 januari 2011

Kapot.

Toch wat beteuterd staat Puber2 met de douchekop in zijn handen. Hij dacht m even op de juiste hoogte te plaatsen en toen was het al gebeurd: afgebroken.

Het lijkt er af en toe op of hij een spoor van vernielingen achter zich laat, in zijn rondgang door het huis. Afwassen? We weten bij voorbaat al dat dit minimaal een gebroken bord op gaat leveren. Of een kopje wat vanaf dat moment oorloos door het leven zal gaan.

Was ophangen? De knijper zal zeker het loodje leggen en zijn laatste uren in een vuilnisbak doorbrengen in plaats van trots rechtop aan de waslijn.

Stofzuigen, tuin opruimen, tv verplaatsen, bank opzij zetten …

Het ligt allemaal aan dat verdraaide testosteron; meer kracht dan gevoel, geen overzicht of enig benul van effect. Kortom: puberteit!

dinsdag 13 april 2010

Pubers zijn net als water; ze zoeken het laagste punt

Voor veel gemeenten was toestemming zeer welkom geweest: het verleggen van leeftijdsgrens voor het drinken van alcohol. Menig onderzoek heeft inmiddels bewezen dat een dergelijke grensverlegging veel hersenschade kan voorkomen.

Eén van de redenen dat deze wijziging er niet doorgekomen is, is het feit dat men wil dat eerst het huidige beleid gehandhaafd gaat worden. Naar mijn mening maakt het niet zo heel veel uit: 16 of 18 jarigen controleren.

Voor mij, als moeder van een 15 & 18 jarige, was deze wetswijziging welkom geweest. Nu is de regel bij ons in huis de wettelijke leeftijd: 16 jaar. Langer is ook niet houdbaar in onze omgeving waar drank een (te) groot deel uitmaakt van het uitgaansplezier en sociale verkeer. En daar is de horeca vaak niet eens de grote boosdoener in; veelal wordt er voorgedronken bij ouders! Terecht stelt de Volkskrant dat ouders toleranter worden als het gaat om alcoholgebruik en - misbruik van hun pubers.

Zo heb ik vorige week mijn eigen kind & 2 van zijn vrienden de wacht aan moeten zeggen: sterke drank (whisky) wordt bij ons niet per fles gedronken. Sterker nog: dat wordt bij ons helemaal niet gedronken. Zeker niet 'zomaar' even tussen door. Dat is een bekende regel, en wat Klink en consorten ook zeggen: deze regel blijft staan.
Waar de heren mee schermden? De wet! ’Ik mag sterke drank drinken, want ik ben 18’.

Misschien is het verleggen van de grens méér dan alleen een controleerbaar feitje. Het is ook rugdekking en ondersteuning voor ouders om zich staande te houden in een alcoholdiscussie waarin (nog) niet alle ouders het belang van terughoudendheid inzien. Want ja, in gesprekken met ouders is dat wat me nog het meeste steekt 'ach ja, wij zijn ook jong geweest he'. En nog zo’n mooie: ‘als jij het ze niet geeft, dan halen ze het bij een ander’.

En zo merk je dat pubers net als water zijn; ze zoeken het laagste punt op. Dat ze graag bij je komen betekent niet altijd het compliment dat ze ook graag bij je zijn.
Enige hulp van de overheid kan ik hier wél goed in gebruiken: zij stellen de regel, ik controleer en handhaaf in eigen huis en tuin.

It takes a village to raise a child!

zaterdag 27 maart 2010

Grenzen stellen

‘Nou, dan vertel jij even wat over grenzen stellen’.
Ik slik. ‘Grenzen stellen. Dat is me nogal een onderwerp! En, zoals uit verschillende onderzoeken onder ouders blijkt, ben ik niet de enige opvoeder die daar zo af en toe moeite mee heeft.

Hoe kan dat toch, dat het grenzen stellen bij kinderen tot een jaar of 12 ons nog redelijk makkelijk afgaat maar we als ouders een soort van ‘dit-is-de-grens-verlamming’ krijgen zodra die magische leeftijdsgrens gepasseerd is.

Ik zie mijn vader nog controleren of ik wel om 12 uur thuis was door af te stemmen op radio 1: tijdens het Wilhelmus om middernacht was je binnen. Oók op je 23ste.

Puber 2 rolt bijna van zijn stoel van het lachen als ik hem dit voorbeeld geef bij een stevige onderhandeling over thuis-kom-tijden, om maar even een grensverleggend onderwerp te noemen. Er gaan enige minuten overheen voor hij beseft dat ik serieus ben; dat er 22 jaar geleden écht een vader was die controleerde of ik om 12 uur wel binnen was. De grens is door de jaren verlegd: het wordt half 1.

woensdag 3 februari 2010

De mjwah-djah-wjah-periode

‘Mwah krijg ik als antwoord op mijn vraag ‘hoe was het op school, wjah is het antwoord als ik vraag of het goed gaat met leren. Djah is het standaard antwoord als ik vraag of hij naar beneden komt om te eten’.

Vooraan in de zaal zit een moeder van een 15 jarige puber die duidelijk ten einde raad is; zoveel jaren een gezellige, spraakzame zoon gehad en het lijkt alsof hij van de één op andere dag zijn tong verloren heeft.
Thuis.

Ouders van vriendjes zijn dól enthousiast over hem. ‘Zo’n gezellige jongen! En ook zo slim, je kunt er een goed én zinnig gesprek mee voeren!’De moeder hoort al die complimenten met groeiende frustratie aan. Waarom thuis alleen maar deze eenlettergrepige opmerkingen?

In de zaal achter deze moeder klinkt instemmend gemompel: er zijn meer ouders die de frustratie herkennen. Ik ben heel erg benieuwd naar de wijze waarop ouders hier mee omgaan of, als de mjwah-djah-wjah-periode inmiddels voorbij is, omgingen. Heeft u een tip voor ouders die aan het overleven zijn in een spraakloos-opvoedtijdperk? U kunt reageren via het blog!

maandag 14 september 2009

bruggers van nu

Een rondje pre-bruggers leert me dat het schoolleven verandert is. Boeken? Wel nee, alleen een laptop. Daar staat alles op. Ook mijn rooster. Huiswerk? Dat hebben we op die school niet. Dat maken we op school. Ook op de laptop.
Puber 2 weet nog van zijn teleurstelling; zijn Fokke en Sukke agenda bleek niet toegestaan. School zelf regelt een saaie, vast door een naïeve, zogenaamde creatieve meisjes-moeder samengestelde agenda. Zacht blauw, zacht roze en hier en daar een versiering met bloemetjes en wollige stripfiguurtjes. Desastreus natuurlijk, voor een brugger die graag stoer zijn nieuwe schoolcarrière wil starten.
Ook niet meer van deze tijd: de overvolle boekentas waarin je de spaanplaten-tekendoos meteen plet: zo’n lucifer-houtjes doos hield natuurlijk nooit de pubergedrevenheid om álles, en dan ook echt álles, in de verplichte leren tas met twee voorvakken te proppen.
Bruggers van nu weten dat ze alleen de boeken voor de lessen van de eerste dag mee moeten nemen. Dat hebben ze geleerd tijdens de introductiedagen. Net zoals het geblinddoekt kunnen lopen door de nieuwe school met haar eigen gangen- en trappenstelsel.
Niets meer van terug te vinden, de eerste nieuwe-school-dagenstress met die veel te volle boekentas die je in totale paniek door onbekende gangen zeult. De bruggers van nu weten niet wat ze missen!

u nadert een kruispunt

‘U nadert een belangrijk kruispunt. Eigenlijk zou je als ouders van een aankomende brugpieper zo’n waarschuwing moeten krijgen. Want een kruispunt is het, die eerste stap naar het voortgezet onderwijs. Geen tussen-de-middag-boterham meer, geen vrijdagmiddag-toneel-uitvoering.
Ook geen regelmaat meer, want hoe scholen hun best ook doen, soms vallen er lessen uit. Zijn ze eerder thuis of, nog beter, kunnen ze een uurtje later beginnen.
Je leven verandert totaal vanaf de dag dat ze bepakt en bezakt met álle boeken, schriften, tekendozen, pennen en linialen naar school fietsen.

Dit zijn dan alleen nog de praktische zaken; over de hormonenbuien die je als ouders over je heen uitgestort krijgt heb ik het dan nog niet eens gehad. ‘Het lijkt wel een virus; hij heeft nog nooit van die buien gehad en na 3 weken brugklas … bingo!’ En wat dacht je van haar fiets die de eerste week fietsenrek nog maar nauwelijks heeft overleefd? Een zielig bungelende lamp is het bewijs dat het stalen ros ooit compleet is afgeleverd.